Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 4 - 27. Willem Wilmink [3]

zondag 27 januari 2019

Vervolg van gisteren.



Met het feminisme had hij altijd moeite gehad. Polarisatie tussen mannen en vrouwen vond hij verkeerd. […] ’Beide groepen zijn altijd tekortgekomen: de vrouwen in maatschappelijk, de mannen in emotioneel opzicht.’ Tegenover zijn mannelijke vrienden liet hij zich aanzienlijk ongenuanceerder uit. Aan feministen die actievoeren onder de leus ‘Wij Vrouwen Eisen’ had hij een allergie overgehouden. ‘Mannen zouden ook wel eens wat mogen eisen […]: geen gezeur aan hun kop, bijvoorbeeld, en niet meer op jeugdige leeftijd de kans lopen om dood in het prikkeldraad te hangen vanwege een militair conflict waar je niets mee te maken hebt.’ [Aan Frank Verhallen, 25-7-1985.] Van het onbehagen bij de vrouw begreep hij niets. 
‘Als je man zijn salaris niet verzuipt en je nooit slaat, wat heb je dan toch te klagen? Die klagers zouden een voorbeeld moeten nemen aan de feministen van het eerste uur: Aletta Jacobs, Mina Kruseman. Die wisten precies waar ze ontevreden over waren, en dat probeerden ze, vrolijk fluitend, te veranderen. Die waren uit op het geluk van vrouwen. En niet op de erkenning van elkaars ongeluk.’ [Aan Frank Verhallen, 8-4-1987] 

Archief 2019