Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 49 - Curieus [N] [3]

zaterdag 15 december 2018

Vervolg van gisteren.




In 1994 en 1995, maar ook in 1996 recenseerde ik voor Trouw De Nacht:


Poëzie-nacht dooft zonder dwarskoppen
25 maart 1996

Frank Verhallen

UTRECHT - “Dwarskoppen de ruimte geven, dat gaan we doen”, zei presentator Anton Korteweg zaterdagavond om acht uur, toen hij het eerste dichtersoptreden aankondigde van de zestiende editie van De Nacht van de Poëzie. Die belofte klonk nogal vreemd in de oren, want de presentielijst verried wederom een grote voorkeur voor juist de gevestigde en traditionele poëzie. Enkele ongenode 'dwarskoppen' voelden zich uitgedaagd en zouden inderdáád die ruimte krijgen. Maar daar bleef het toch eigenlijk bij.

“Waar zijn de jonge dichters?”, roept een van de twee jongens die reeds ruim voor middernacht het podium van Muziekcentrum Vredenburg bestormen om hun eigen puberpoëzie te declameren.
Kortewegs mede-presentator Piet Piryns geeft hun met zichtbare tegenzin de gelegenheid tot het lezen van ieder één versje. Gezien de kwaliteit ervan is dat inderdaad al een hele opgave. Piryns' reactie is afdoende: “Als u het mij niet kwalijk neemt, kondig ik nu weer een dichter aan.”
Al een aantal jaren komt het publiek niet meer af op zulk straatrumoer. Het is ook alweer lang geleden dat het De Nacht van de Poëzie op deze wijze ontsierde. Zo'n 2 500 bezoekers stromen vooral toe voor mooie poëzie en goede voordracht. Het programma, met steeds tal van grote namen, leerde dat de echte poëzieliefhebbers ook dit jaar op hun wenken zouden worden bediend.

Deze editie was weer ruim tevoren uitverkocht. Reeds om half acht waren de beste duizend plaatsen in de zaal bezet en wie goed zat, besloot voorlopig niet meer op te staan. Pas omstreeks middernacht begon het stuivertje-wisselen. Toen nam ook de drukte in de wandelgangen toe, waar handelaren hun poëzie verkochten, gedrukt in vooral bundels, maar ook op T-shirts, posters en kaarten. En daar laafde men zich inmiddels ook volop aan drank en lekkere hapjes, want deze nacht zou zo'n negen uur gaan duren en dat is lang. Te lang, zo bleek deze keer.
Wanneer bij een zo goedgezind en aandachtig poëziepubliek desinteresse ontstaat en twee van zulke oproerkraaiers al op een vroeg tijdstip zelfs op enige bijval kunnen rekenen, dient de organisatie zich dat aan te trekken. De Nacht van de Poëzie van vorig jaar was een feesteditie en veel gerenommeerde dichters maakten toen hun opwachting. Dat was ook de eerste nacht sinds tien jaar zonder presentator en mede-samensteller Ed Leeflang, die zich had laten opvolgen door Anton Korteweg.

Juist Leeflangs grote betrokkenheid als collega-dichter en als kritisch beschouwer van ook de modernste poëzie, leidde in het verleden dikwijls tot verrassende dichterskeuzen. Zo liet hij Jo Govaerts al debuteren toen zij pas 14 jaar oud was en nog nauwelijks iemand van deze Vlaamse dichteres had gehoord. De eerste poëzienacht ná de jubileumeditie van vorig jaar moest aantonen welke dichterswegen de samenstellers Korteweg en Piryns wensen in te slaan. Uit deze Nacht van de Poëzie werd dat niet duidelijk. Omdat het koppel klaarblijkelijk nog zoekende is naar een eigenzinnige aanpak, koos het deze keer voor veilige behoudzucht en die speelde deze editie uiteindelijk toch te veel parten.

Net als vorig jaar was de gevestigde orde zeer ruim vertegenwoordigd, wat leidde tot mooie voordrachten van Breyten Breytenbach en zijn vertaler Adriaan van Dis, maar ook van Arie van den Berg, Anna Enquist, Hanny Michaelis, Neeltje Maria Min en Leo Vroman (lees hier zijn bijdrage aan de Nacht-bundel, evenals hier die van Georgine Sanders, zijn vrouw; beiden bezongen hun samenzijn)De sterkste performances kwamen van Gerrit Komrij, Ed Leeflang en Michel van der Plas. De laatste trad voor het eerst als dichter in Vredenburg op, maar weet als voormalig cabaret-auteur nauwgezet hoe je je publiek moet bespelen. Ook de zeer ervaren 'Nachtlezers' Ed Leeflang en Gerrit Komrij wisten precies de juiste balans te vinden tussen serieus en lichtvoetiger repertoire.

Komrij las louter gedichten van anderen, afgedrukt in de nieuwe driedelige editie van zijn rijke bloemlezing uit de Nederlandstalige poëzie: van Huygens' Paeschen, dat hij het mooiste gedicht van onze literatuur noemde, tot aan een gedicht van Jo Govaerts, die hij als jongste dichteres opnam.
Juist verrassende nieuwkomers als Govaerts was wat deze zeer degelijke, maar tegelijk nogal vlakke zestiende Nacht van de Poëzie ontbeerde. Een ander dan traditioneel geluid kwam nu slechts via de digital poetry van Diana Ozon, maar zij draait al zo'n vijftien jaar mee. En ook van popzanger Huub van der Lubbe, die als een van de laatsten zijn opwachting maakte. Maar ondanks het feit dat zijn liedteksten voor De Dijk onlangs gebundeld zijn, bleek hij zich met reden allerminst een dichter te voelen. Mèt zijn gitaar gold hij als een soort toegevoegde muzikale entr'acte, naast saxofoniste Candy Dulfer en de indrukwekkende Portugese fado-counter-tenor Nuno Guerreiro.

Na Van der Lubbe hield het publiek het massaal voor gezien. Nog maar een paar honderd mensen luisterden naar 'Die Anarchistische Abendunterhaltung': vier jonge Vlaamse muzikanten die dezelfde dwarskoppigheid uitstraalden als de twee vroege ordeverstoorders. Maar het publiek was op dat moment niet meer wakker te krijgen. Toen dichter K. Michel iets na half vijf met een langdradige en slappe voordracht afsloot, keek zelfs Piet Piryns even verveeld op zijn horloge. Het nachtmotto 'Een geringe wig van klaarte', ontleend aan Paul van Ostaijen, was reeds gedoofd, maar rispte juist toen even op. Zo was het maar net. Rest de hoop op veelzijdiger licht in de nieuwe nacht.


Archief 2018