Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug
naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links:
daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A t/m G, deel 2: H t/m L,
deel 3: M t/m R, en deel 4: S t/m Z),  2019 en 2018 en
de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 49 - Curieus [L]

maandag 10 december 2018


Van Ed Leeflang bezit ik alle bibliofiele uitgaven., veelal gedrukt in slechts  tientallen exemplaren. Niet omdat ik ze verzamelde – al zou ik dat anders ongetwijfeld zijn gaan doen –, maar omdat ik ze van hem cadeau kreeg. We waren bevriend van halverwege de jaren zeventig tot aan zijn dood, voorjaar 2008. Ik benaderde hem voor het eerst omdat ik onderzoek deed naar literaire liedteksten; hij antwoordde meteen dat hij zich op dat moment juist losmaakte van het theaterlied en had gekozen voor de poëzie. Het contact leidde aanvankelijk tot frictie: aan wat mij intrigeerde wilde hij juist ontsnappen.

“Voor Frank, die ik niet ken. Met excuus voor alle schoolmeesterachtigheden in mijn correspondentie met hem. Met sympathie voor het vaak ontwapenende van zijn kant”, schrijf hij als opdracht in Achtertuin (lees het gedicht hier), zijn eerste bibliofiele uitgave, in 1979 gedrukt in 25 gesigneerde exemplaren. Ik weet nog precies hoe de woorden toen voelden: “Voor Frank, die ik niet ken.” Hij gedroeg zich als de beter wetende vader die afgeeft op wat zijn zoon vindt en denkt.

Maar… de jaren daarna kwamen we steeds nader en werd hij ook echt die vader en ik de zoon. Op zijn advies pakte ik mijn studie Nederlands weer op, zoals ik – op dat moment verpleegkundige in de zwakzinnigenzorg – hem steun kon bieden als ouder zijnde van een geestelijk gehandicapte dochter – precies zo oud als ik. 
 



We schreven elkaar wekelijks lange brieven en we gingen elkaar zien… In het laatste jaar van zijn leven – bijna niemand wist dat zijn dood naderde – brachten hij en ik alles weer samen: terug naar waar het begon. We kozen de mooiste van zijn liedjes, waarvan sommige nog een melodie moesten krijgen en Ed sprak een aantal van zijn gedichten in. Op zondagmiddag 16 december - drie maanden voor zijn dood - lieten wij die, onder leiding van pianist-componist Erik Vlasblom, vertolken door studenten van de Koningstheateracademie. Een onvergetelijke zondagmiddag. Wim Hofman was erbij, net zoals Anton Korteweg en natuurlijk Judith Herzberg. Die schreef in Vrij Nederland:

Op zondagmiddag 16 december 2007 werd Ed in het Koningstheater in Den Bosch geëerd met het programma ‘Nachten dat de spin niet spint’ en andere liederen van Ed Leeflang. De meeste mensen die daarheen gekomen waren, wisten dat hij ziek was. ‘Ed is inmiddels achtenzeventig jaar oud en tobt met zijn gezondheid,’ schreef Frank Verhallen, directeur van het theater, behoedzaam in het programmablad. […] Aan de voorbereiding, de keuze van welk lied wel, welk niet, had hij nog meegedaan, samen met de actrice Marja Lieuwen, zijn levenspartner.

De dag zelf heeft hem gelukkig gemaakt. Hij was, tot het allerlaatst, in staat enorm te genieten, en die liederenmiddag was voor hem duidelijk een hoogtepunt. Verrassend waren de prachtige teksten die voor een deel door hemzelf, voor een ander deel door anderen op muziek waren gezet, maar waarvan de meeste nooit in druk zijn verschenen. Dat wilde hij niet. Liederen moest je horen, vond hij, niet lezen. Het is te hopen dat er ooit toch een uitgave komt van de liedteksten, met muziek, want ze zijn, op een eenvoudiger manier dan zijn gedichten, ook scherp, diepzinnig en verrassend.

Archief 2018