Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug
naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links:
daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A t/m G, deel 2: H t/m L,
deel 3: M t/m R, en deel 4: S t/m Z),  2019 en 2018 en
de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 48 - Curieus [I]

vrijdag 07 december 2018



Er zijn vier soorten parodieën: (1) het eerbetoon aan het origineel. (2) het aanhaken op overbekende beginregels, (3) het lenen van de vorm voor een eigen verhaal en (4) het bekritiseren van de vorm en/of inhoud van het origineel. De laatste is de interessantste, maar meest dodelijke, want je kunt nooit meer het origineel lezen zonder aan de parodie te denken. 

Het kostelijke Ik ben geboren in Apeldoorn. Het Groot parodieënboek, in 1994 samengesteld door Rody Chamuleau en J.A. Dautzenberg, bevat alle vier de categorieën. De laatste het minst, want die is het moeilijkst: voor het kunnen plegen van een karaktermoord moet je zelf een groot schrijver zijn. 

Gelukkig staat de aanval van W.F. Hermans op C. Buddingh’ erin. Na het verschijnen van diens vierde dagboekdeel, in 1978, schreef Hermans een vernietigend stuk in NRC-Handelsblad onder de kop 'Bijzonder aardig, prima, prima’ – ‘prima’ was een woord dat Buddingh’ nogal vaak gebruikte. Nog harder dan zijn aanval op de Vorm, was die op de Vent. Genadeloos toonde Hermans aan dat Buddingh’ zijn tijd vermorste met geleuter. 
Het slachtoffer was, zo bleek later, kapot van de aanval en zou dagenlang aan de telefoon hebben zitten jammeren. Pas na anderhalf jaar durfde hij pas weer dagboeknotities op te tekenen. Volgens latere recensies had hij van de klap niets geleerd. Alleen dat woordje ‘prima’ kwam nog nauwelijks voor.

Hieronder een stukje Hermans:

4-3-1977
Prachtig weer: ik heb Peerke een minuut of tien geleden binnengelaten – hij krabt altijd (tikt soms zelfs ongeduldig) tegen het huiskamerraam, wat Sammie nooit doet – en hem wat te eten gegeven; net als ik een sigaartje wil opsteken komt hij de kamer binnen, loopt, wat aarzelend en zo’n beetje half achteromkijkend, naar de groene bank, ik merk dat ik geen lucifers heb, sta op om een doosje te pakken en denk: ik ben benieuwd. En ja hoor: nauwelijks ben ik halverwege de kamer of Peer heeft zich op het juist door mij vrijgegeven kuipstoeltje genesteld. (Zijn lievelingsplaats.) En dus noteer ik dit op de groene bank.   

 

Archief 2018