Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) veranderde 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker en vaker iets minder - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken. Vanaf juni 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan boeken die in februari en in oktober 2024 verschijnen.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 202320222021, 2020 (deel 1: A t/m F, deel 2: G t/m Ldeel 3: M t/m R, en deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat mijn dag al zolang ik mij herinner, begint rond (en meestal al ruim voor) vijf uur 's morgens, hoe laat het 's avonds ook wordt. Sinds de zomer van 2022 sta ik op om steevast drie uur. Om te schrijven zijn het mijn meest productieve uren van de dag.

Week 0 - 1. Werkhuisje Wim Kan

dinsdag 01 januari 2019



Gisteren in NRC-Handelsblad:


 Hieronder de volledige tekst:

Deurtje open, kacheltje snort

Wim Kan schreef zijn oudejaarsconferences vanaf 1954 in een oud tbc-huisje. Het schrijfhuisje heeft een nieuwe plek, in de tuin van 
Mieke Kerkhof.

Het is piepklein, het houten werkhuisje waarin cabaretier Wim Kan (1911-1983) zijn oudejaarsconferences schreef. Het voormalige tbc-huisje (met een draaischrijf konden de patiënten in de richting van de zon worden gedraaid) stond in de achtertuin van zijn woonhuis in Kudelstaart. Via een intercom kon Kan zijn vrouw Corry Vonk in het woonhuis om koffie vragen. Het huisje had uitzicht op de Westeinderplassen, door Kan omschreven als „één hectare absolute rust”. In zijn dagboek noteerde hij: „Deurtje staat open. Kacheltje snort.”

Kan had een toevluchtsoord nodig, bijvoorbeeld als hij zijn contracten met theaters niet kon overzien. Hij kon neerslachtig zijn. Hij schreef bij voorkeur ’s nachts zijn dagboeknotities, deze werden ‘nachtboeken’ genoemd, vanwege het pessimisme dat eruit sprak.
Na het overlijden van Kan en zijn vrouw werd Jan Hilverda, een Aalsmeerse bloemkweker, eigenaar van het woonhuis, dat hij liet slopen. Daarmee kwam ook het voortbestaan van het werkhuisje in gevaar. Frits Abrahams schreef er meerdere malen over op deze Achterpagina.

Frank Verhallen, directeur van het Bossche Koningstheater, belde met Youp van ’t Hek en met diens collega’s Herman van Veen en Paul van Vliet, die Kan goed hebben gekend. Gevieren stichtten zij een reddingscomité. Sindsdien heeft het huisje meerdere thuishavens gekend, overigens zonder de draaischijf, want die was al kapot voordat de bloemkweker het schrijfhuisje in bezit kreeg. Het stond in Den Bosch en enkele jaren, nadat Frank Verhallen het had laten restaureren, bij zijn woonhuis. Daar was het ook voor publiek toegankelijk.

Dit najaar begreep ik dat voor het huisje een nieuw onderkomen werd gezocht, vanwege een verhuizing van mijn vriend Verhallen. Ik ben dol op cabaret en, zoals mijn vrouw zegt, op „ouwe meuk met een goed verhaal”. Dus zei ik direct ja toen mij het huisje werd aangeboden. Inmiddels staat het in de achtertuin, ik schrijf er graag. Binnen hangt een verbleekte lp-hoes met daarop Kans foto, buiten kakelen drie kippen. Het uitzicht op de tuin is mooi, maar haalt het niet bij de Westeinderplassen. Het bureautje, de boekenkast en de absoluut niet-ergonomische stoel zijn origineel. Op verzoek is het huisje te bezoeken.

 

 

Archief 2019