Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug
naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links:
daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A t/m G, deel 2: H t/m L,
deel 3: M t/m R, en deel 4: S t/m Z),  2019 en 2018 en
de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 44 - Zwagerland [2]

donderdag 08 november 2018

Vervolg van gisteren. Nog een fragment – verlucht met nog een gedicht: lees hier - uit dat indrukwekkende interview met Maaike Pereboom.



‘Jij weet ook dat psychiater Bram Bakker een interview heeft gegeven aan de Volkskrant, dat was echt vreselijk. Daarin zei hij met zoveel woorden dat Joost ertegenop zag of het niet aankon dat hij nog een kind zou krijgen. Alsof hij daarom... Moet Max dat later lezen? Waarom zeg je zoiets? Hij vond het kennelijk interessant om zo over Joost te praten. Ik vond het onsmakelijk.’ […]

‘Hij was in behandeling voor een depressie. Een half jaar eerder was hij opgenomen geweest in een psychiatrische instelling, maar daaruit was hij teruggekeerd omdat het beter leek te gaan. Hij maakte een hele periode van depressieve episodes door, dus je zou kunnen zeggen: je kon het zien aankomen, maar Joost was ook heel levenslustig en veerkrachtig, hij kwam er altijd weer bovenop. Al ging het aan het einde van die zomer wel weer slechter. Hij ging veel naar zijn therapeut. Maar ook dat had ik al vaker meegemaakt. Kijk, als je zelf niet dood wilt, is het heel moeilijk je voor te stellen dat een ander dat wel wil en daarbij dacht ik altijd: dat dóét hij gewoon niet. Juist omdat hij er veel over heeft geschreven, hij heeft er zelfs een heel boek aan gewijd, Door eigen hand. Achteraf, ja, kun je dat zien als een persoonlijke bezwering. Maar toen dacht ik: hij trekt zichzelf wel weer uit de put.’ […]

Uit alles wat Joost over zelfmoord schreef, sprak: niet doen, nóóit doen. En ook voor anderen: niet in berusten, te allen tijde proberen het te voorkomen.
‘Ja. Hij zei altijd dat het een no-go-area was, daarom zag ik het niet als een waarschijnlijkheid. Ik was wel bang voor diepere depressies, dacht: als hij straks helemaal niet meer functioneert, hoe komt hij er dan uit? Maar de dood, nee.’ […]

‘Hij hield veel verborgen, ook voor mij. Hij was wel open over zijn depressie, maar ik denk dat zijn doodswens een loodzwaar geheim was. Zelfs aan zijn therapeut heeft hij niet alles verteld, denk ik, hij was er goed in om mensen om de tuin te leiden. Hij schaamde zich ook voor wat hij doormaakte. De diepe krochten van zijn depressie, dat was geen fijne plek om te beschrijven, dus ik denk dat hij die heeft willen verbloemen. Misschien ook vanwege de zwangerschap.’ […]

‘In de laatste dagen ging het zo op en af - ik kan er niks zinnigs over zeggen. Kijk, nu wordt alles vertroebeld door zijn zelfmoord. Maar ik moet mezelf steeds voor ogen houden: de manier waarop hij is doodgegaan, is niet hoe hij wás. Heel lang, tot zijn eerste depressie, hij was toen eind 40, is hij een geweldig leuke en gezonde man geweest. Mensen denken: jij was de laatste jaren met Joost Zwagerman, dat moet een hel zijn geweest. Maar zo was het helemaal niet. Hij was ook huiselijk en gezellig, we hebben veel plezier gehad, ook tijdens de weekends met zijn kinderen. Er zijn lange periodes geweest - langer dan zijn depressies, die kort en hevig waren - dat we heel gelukkig waren.’ […]

‘Ik ben ’s ochtends gewoon van huis gegaan om te werken en Joost bleef thuis, ook om te werken. Hij was niet in heel goeden doen, maar het was ook weer niet zo zorgwekkend dat ik dacht dat ik niet weg kon.’ Het gesprek stokt, ze blijft even stil. ‘Hier kan ik eigenlijk niet over praten, omdat ik weet dat ik er mensen mee van streek maak. Ik heb hem namelijk gevonden. Ik kan er wel dit over zeggen: met zogenoemde EMDR-therapie heb ik die beelden los kunnen koppelen. Ik dacht altijd dat het hocus pocus was, met zo’n vinger voor je ogen, maar het heeft absoluut geholpen. Alleen maar door over dat heel erge te praten en tegelijkertijd met je ogen een bewegende vinger te volgen, wordt er een soort omweg in je hersens aangelegd, anders kan ik het niet uitleggen. Het is nog steeds een trauma, maar ik ben niet meer misselijk en verlamd van angst als ik eraan denk.’

Archief 2018