Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 44 - Meester-Gezel [1/2]

zondag 04 november 2018


De afgelopen week (maandag 29 en dinsdag 30 oktober) was de eerste editie van een nieuwe serie Meester-Gezel. Toen de Cabaretfirma nog Koningstheater heette , pasten we het concept al vaak toe: overdag werkt een Meester met zijn Gezellen aan hun repertoire en ’s avonds komt publiek erbij om het resultaat te zien en om van de Meester zelf te horen hoe zijn aanpak is. Daarvan geeft hij voorbeelden en waar nodig grijpt hij ook in tijdens de presentaties van de Gezellen

In het verleden waren Stef Bos, Peter Heerschop, Youp van ’t Hek, Freek de Jonge, Gé Reinders, Mathilde Santing, Eric van Sauers, Jan Jaap van der Wal, Mich & Raf Walschaerts (kommil Foo) en vele anderen de Meester, dit keer was dat voor het eerst Richard Groenendijk. Hij werkte deze twee dagen met vier vierdejaars studenten van de Koningstheateracademie.

Wat mij het meest bij zal blijven, is de clash die het publiek niet meekreeg. Dat was die tussen de ervaren cabaretier die zich al werkend herinnerde hoe hij zelf begon – onzeker over zijn materiaal, maar met voldoende techniek in huis om zich staande te houden – en de cabaretopleiding, die de zoektocht van de maker belangrijker vindt dan zijn technisch presteren. Daardoor ontbrak het hen aan het zelfvertrouwen dat voor de Meester de basis is. 

Als ‘producent’ voelde ik me natuurlijk verantwoordelijk, bovenal voor de vier studenten die de botsing meemaakten en uiteraard niet goed raad wisten met dit dilemma, zeker niet toen ze bijna gedwongen werden een kant te kiezen: die van papa (de Meester) of van mama (de opleiding). Intussen lag de waarheid – zoals zo vaak – in het midden en hopelijk heb ik de Gezellen dat voldoende duidelijk gemaakt. Zo ja, hebben ze van dat gegeven deze twee dagen nog wel het meest geleerd.

Archief 2018