Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A-L en deel 2: M-Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 43 - Slauerhoff

maandag 29 oktober 2018



Ik lees de herziene en (met brieven, foto’s en nagelaten gedichten) uitgebreide biografie van J.J. Slauerhoff (1898-1936), geschreven door Wim Hazeu, die eerder ook al de levens optekende van onder anderen Gerrit Achterberg, Lucebert en Marten Toonder. Wat een prachtboek!

In het tijdschrift Boekenpost heeft Wim Hazeu tweemaandelijks een column. Ter gelegenheid van zijn 35-jarig jubileum als biograaf schreef hij in het mei/juni-nummer over het schrijven van dat genre. Een citaat:

Het werken aan een biografie, dat wil zeggen: onderzoeken, interviewen en schrijven, kan, zonder dat er schade aan het manuscript wordt aangericht, zo nu en dan door andere werkzaamheden worden onderbroken. Het schrijven van een roman vereist daarentegen voortdurende concentratie. Toen ik in 1983 met de biografie van de dichter van duizend gedichten Achterberg begon, was ik uitgever, maar ik filmde ook een portret van Simon Vinkenoog, die ooit in Parijs gastheer van Achterberg was geweest. Vinkenoog zei mij: “Vergeet niet, van de doden niets dan de waarheid.” Later kwam ik een dergelijk advies tegen bij Voltaire, de Franse filosoof uit de achttiende eeuw die schreef: “Wij zijn de levenden respect verschuldigd, maar de doden zijn we niets anders verschuldigd dan de waarheid.”

De waarheid is in het geval van Jan Jacob Slauerhoff zeer intens. Hoewel hij slechts 38 kaar oud werd, zijn hele leven tobde met zijn gezondheid (door astma), zijn onrust (Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, Nooit vond ik ergens anders onderdak) en de liefde (waarin hij zich ook niet wilde binden), maar het ook druk had als (scheeps)arts, is zijn oeuvre enorm: tien dichtbundels (en veel nagelaten ongepubliceerde poëzie), acht prozavertalingen, vier verhalenbundels, drie romans en een toneelstuk. Die schreef hij voornamelijk in het buitenland, wanneer die onrust hem weer eens had doen wegvluchten naar de zee of naar Spanje en Portugal, waar hij zich het fijnst voelde. Van zijn eigen land hield hij niet, uitgezonderd van Leeuwarden, waar hij geboren is:

Ik kan niet zeggen hoe ik Holland haat.
Bij ’t woord alleen grijpt walging mij de keel.
‘k Zag ’t liefst veranderd in een groote Peel
Waarin ’t wegzakken kon met al zijn kwaad.

Wordt vervolgd.

Archief 2018