Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 42 - Geen poëzie [2]

zaterdag 27 oktober 2018



Akwasi (eigenlijk Akwasi Owusu-Ansah, 1988). Amsterdammer vam Ghanese afkomst. Akwasi over Akwasi: 

Artiest, dichter, acteur, performer, schrijver, stemacteur, scenarist, presentator, gespreksleider, workshopmaster, eigenaar van muzieklabel Neerlands Dope en directeur van televisieproductiebedrijf Need Vision. Voor sommigen staat hij bekend als ‘de eerste man wakker, de laatste die slaapt’. […] Akwasi loopt altijd rond met een boekje waarin hij kan schrijven. Zijn volgende dichtbundel heet Grote gedachten uit een klein boekje.

Aan ambitie geen gebrek, want een tweede bundel wordt al aangekondigd terwijl bovenstaand citaat afkomstig is uit zijn zojuist verschenen debuut. Rapper noemt hij zich overigens niet (meer) en ook zijn tafelheerschap (bij De Wereld Draait Door) blijft onvermeld.

Nog een citaat, nu van de achterkant:

Akwasi is een meester in het vertellen van verhalen. Of hij dat nu doet in een rap, gedicht of televisieprogramma – hij wil inspireren, fascineren, prikkelen. Met woorden. Laten we het er maar niet over hebben is zijn overweldigende debuut, waarin al zijn talenten samenkomen.

Aan ambitie,  maar ook aan zelfvertrouwen dus geen gebrek: een overweldigend debuut?

Niet voor niets stap ik van Anouks liedjes over op Akwasi’s poëzie. Lees ik zijn gedichten als serieuze poëzie, is het niks. Maar… zo moet ik hem ook niet lezen. Zelf spreekt hij dus wel over dichtbundel, maar Trouw interviewde hem (23 oktober) en noemde Laten we het er maar niet over hebben in de inleiding een tekstbundel en verderop een bundel van miniverhaaltjes, gedichten en gedachten. 
Een bundel van miniverhaaltjes, gedichten en gedachten dus. Veel beter, want daarmee zijn we verlost van té veel ambitie en té veel zelfvertrouwen.

Daarmee mag hij, net als Anouk gisteren, zelfs in Gedicht Gedacht (lees hier).

Archief 2018