Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 42 - Geen poëzie [1]

vrijdag 26 oktober 2018



Popjournalist Gijsbert Kamer schreef in de Volkskrant (12 oktober) een vernietigende recensie over het eerste Nederlandstalige album van Anouk. Vooral haar teksten moeten het ontgelden: “echt knullige rijmelarijen”, “puberale dagboekschrijfsels”. 
Diezelfde dag schreef Joris Belgers in Trouw: “Het knappe van Wen d’r maar aan is dat de zangeres het over een andere boeg gooit, maar toch trouw blijft aan haar eigen stiel. Ze ontwijkt knap de valkuil van het kleinkunstige, altijd een risico bij het Nederlandstalige lied.” 
En een dag later jubelt Jan Vollaard in NRC-Handelsblad: “Simpele spreekteksten en poëtische liefdesverklaringen gaan naadloos op in teksten die vloeien, ontroeren en de luisteraars meetrekken in de gedachtewereld van een sterke vrouw die zich kwetsbaar durft op te stellen. […] Zingen kon Anouk al. Nog niet eerder kwam ze zo keihard binnen. “ 

Toen ik Wen d’r maar aan in de cd-speler stak, vermoedde ik de kant van Kamer te zullen kiezen. Maar ik realiseerde me ook dat ik niet eerder de moeite heb genomen naar Anouk te luisteren of een cd van haar te kopen. Gewoon mijn stijl niet. Zangeres van dertien in een dozijn, dacht ik. Maar dank zij dat zingen in het Nederlands, kocht ik haar en luister ik naar iemand die zich wel degelijk onderscheidt met nummers die me best bevallen. Zoals het liefdeslied Dominique (luister en lees hier):

Oh Dominique
Ik ga kapot als ik jou met die andere wijven zie
En wat ze ook beweren, 
nee, zij zijn het niet

Echt knullige rijmelarijen? Puberale dagboekschrijfsels? Onzin, wat Gijsbert Kamer schrijft. Beslist geen poëzie, maar dat zal net zo goed gelden voor haar Engelstalig repertoire. Het is haar bedoeling ook niet om ‘groots’ te schrijven, het moet ‘raak’ zijn. In een interview las ik: “Met het Nederlands kun je zo veel kanten op. Sommigen zingen het heel natuurlijk, zoals Marco Borsato. Anderen zingen het te plat. Of ze zingen zo poëtisch dat je niks meer begrijpt van de tekst. Ik moest dicht bij mezelf blijven. Niet te plat, recht door zee, op de manier waarop ik praat, met woorden die ik gebruik in het dagelijkse leven. Anders is het niet geloofwaardig.” Missie geslaagd. 

Archief 2018