Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 42 - Hofdichter en Staatsvijand

zondag 21 oktober 2018

 


Mooi interview, zaterdag (20 oktober) in NRC-Handelsblad. Toef Jaeger sprak met de Noord-Koreaanse dichter Jang Jin-sung (1971), die in Nederland is voor een optreden op een literaire avond in Den Haag. Titel: Van hofdichter tot staatsvijand

Ik vat samen. Het was vanwege papierschaarste dat de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il zoveel van poëzie hield. In een land waar het gebrek aan papier ertoe leidde dat zelfs schoolboeken nauwelijks gedrukt konden worden, was er een noodzakelijke voorkeur voor poëzie ontstaan om de leider te vereren. Gedichten betekenden immers: meer zeggingskracht in minder woorden.

Als student besloot Jang Jin-sung mee te doen aan een gedichtenwedstrijd ter ere van de vijftigste verjaardag van Kim Jong-il. Zijn gedicht was een succes en vanaf dat moment gold hij als een van de favoriete dichters van Kim Jong-il: een soort hofdichter.

Toen Jang Jin-sung werkte voor het Verenigde Front Departement (VFD), op de afdeling Literatuur, kreeg hij als taak zich voor te doen als Zuid-Koreaan die het Noord-Koreaanse regime bejubelt. Het idee erachter: dat het Noord-Koreaanse volk veronderstelt dat ook Zuid-Korea de Kim-dynastie prijst. 

Alle gedichten moesten voldoen aan de Juche-leer: een mengsel is van marxisme, maoïsme en confucianisme. Jang-Jin-sung: “Als je in Noord-Korea een gedicht over de liefde schrijft in plaats van over de leider, beland je in een concentratiekamp.”

Als een gedicht klaar is, kijkt een comité ernaar en zet er stempels op bij de goedgekeurde gedeelten; bij andere stukken staat waar het gedicht aangepast moet worden. Zodra je het gedicht hebt ingeleverd, gaat het naar Kim Jong-il en hoor je er nooit meer iets over.

Kim Jong-il is opgevolgd door Kim Jong-un. Jang Jin-sung is dan al (in 2004) gevlucht naar Zuid-Korea: NRC-Handelsblad: 
In Zuid-Korea schreef Jang epische gedichten, waaronder een over de laatste vrouw van Kim Jong-il. Dat gedicht is gebaseerd op feiten. De Leider laat zijn oog vallen op een zangeres aan het hof. Ze heeft een vriendje, maar raakt in de ban van de Leider die haar in zijn bed wil.
Als ze meer te weten komt over de Leider en de willekeur van het regime ontdekt, wordt de illusie geleidelijk verstoord. Wanneer ze ook nog eens hoort wat er met haar vriend is gebeurd, doet ze een zelfmoordpoging. Ze raakt in een coma. Kim Jong-il is woedend: een bijvrouw van hem pleegt geen zelfmoord. Hij eist dat ze uit haar coma wordt gehaald, om haar alsnog te executeren. De poging mislukt, waarop Kim Jong-il het meisje in comateuze toestand aan een paal laat binden om haar te executeren in het bijzijn van haar familie.

Nadat Jang Jin-sung dit gedicht had gepubliceerd, kreeg hij een reprimande van de baas van de Zuid-Koreaanse inlichtingendienst waar hij op dat moment voor werkte. Kritiek op het buurland kwam de verhoudingen niet ten goede. Andere politieke gedichten schreef hij daarna onder pseudoniem. In Noord-Korea wordt Jang Jin-sung gezien als een staatsvijand die vermoord moet worden (ook zijn familie ziet hem als verrader, maar vragen over de achtergebleven familie wil Jang niet beantwoorden). Omdat hij een Noord-Koreaanse staatsvijand is, heeft hij in Seoul 24 uur per dag beveiliging.

Lees hier zijn poëzie.

Archief 2018