Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug
naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links:
daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A t/m G, deel 2: H t/m L,
deel 3: M t/m R, en deel 4: S t/m Z),  2019 en 2018 en
de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 36 - Co Westerik 2-3-1924 - 10-9-2018 [3]

zaterdag 15 september 2018



Het verschil van dag en nacht. Of beter: van zomer en winter. Begin april verruilt hij het huis op het drukke plein van de bedrijvige stad voor de rust van de verscholen enclave in Frankrijk. Twaalf hectare grond. Met een eigen naam. Een dorp dus. Een eigen dorp! Met slechts twee huizen: een om in te wonen en een om in te werken. Met slechts twee bewoners: hij en zij. En met soms gasten: het liefst alleen de kinderen. Of goede vrienden. En zij wil best voor hen koken en hij schuift ’s avonds graag aan, zeker als ze buiten kunnen zitten met weids uitzicht over hun rijke landschap. Maar overdag moet hij ongestoord kunnen vertoeven in zijn atelier. Net zo mooi als dat in de stad – nee, nog mooier.

Al veertig jaar het ene halve jaar de volle stenen stad van geen woorden maar daden en het andere het uitgestrekte groene land op gelijke afstand van de Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee en de Pyreneeën. Hoe lang maken ze dit nog samen mee? Hij is nu negentig; zij vijfenzeventig. Als ze “kapot gaan” – zo noemt hij dat, want we sterven af zoals planten zonder hersens dat ook doen – zullen hun beide zonen hier blijven komen. Hopelijk weer voor minstens veertig jaar.  

Dorp in Midi-Pyrénées. Waar de jeugd wegtrekt omdat ze iets van het leven wil maken. Wie dromen heeft, weet dat die hier niet zullen uitkomen. De boeren hebben er geen opvolging voor hun bedrijf, waar nog nauwelijks beesten zijn, terwijl daar geen andere inkomsten voor in de plaats kwamen. Armoede... Andere boeren hebben al geen bedrijf meer, omdat er niets meer te verdienen valt nu er nauwelijks Engelsen en Nederlanders meer voor kiezen de plaats van die jeugd in te vullen met een tweede huis. De economische crisis… ?Of is het niet van nu en begon het decennia eerder? Waarom is het huis waar zij nu al zo lang samen wonen geen boerenbedrijf gebleven? Omdat de boer zich ophing in zijn eigen huis. 

Om hun landgoed heen die andere dorpjes. Met altijd meer dan twee, maar zelden meer dan een paar honderd inwoners. Gemiddeld nog niet één op de tien kilometer. Bijna uitgestorven. Wie naar zijn werk moet, lijkt niet te vertrekken. Maar zelfs wie thuis is, lijkt er niet te zijn.
Op de half-vergane kerkhoven met vol-vergeten familiegraven steeds het graf van de onbekende soldaat. En op de kerkmuren de namen van de slachtoffers van La Grande Guerre: De Grote Oorlog, 1914-1918. Die woedde hier heftig en de streek zal dat leed altijd bij zich dragen.

Maar wie daarover nu nog kan praten, heeft het hoogstens van horen zeggen. Zelfs als hij van hier zou komen, is hij met zijn negentig jaar al te jong om het meegemaakt te hebben. Wie het over deze Franse dorpjes heeft, kan het wel nog zelf zien. Die blijven bestaan. Nog eeuwen en eeuwen…  En de bomen verliezen hun blad, krijgen weer knoppen en staan in bloei.
Hij denkt: ik was vijftig toen ik hier kwam wonen en ik stond bij deze boom. Over zeven jaar is mijn zoon vijftig en dan staat hij hier. En als diens zoon vijftig is... 
Voor hun kleinkind is deze zomer besloten dat hij niet terug naar Nederland gaat. Zijn moeder komt hier vandaan en heeft ervoor gekozen haar man, hun zoon, te verlaten. Hun kleinkind zal dus opgroeien in deze streek in Frankrijk… De jongen maakt nu hier zijn eerste herfst mee. En zijn eerste winter. En dan dient Printemps zich aan en zal hij zich erop verheugen zijn grootouders weer te zien. Zolang het nog kan. En daarna?
De man legt zijn handen op de stam van de boom en zegt in zichzelf: “Ook na mijn winter wordt het altijd weer lente.” 


Laatste hoofdstuk uit het boek Westeriks Werkelijkheid, Frank Verhallen, maart 2014.
Het verscheen t.g.v. Westeriks 90ste verjaardag  De afbeelding: Printemps (2011), gemaakt in Badourès. Pen, aquarelverf, krijt en potlood, 150 x 150 mm, Japans papier.

Archief 2018