Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A-L en deel 2: M-Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 34 - Wat ik achterlaat [2]

zaterdag 01 september 2018

Max – zijn hond – is een lieverd en Kieri – mijn hond – is dat ook. Maar als zij elkaar in hun blikveld krijgen, begint het grommen en het blaffen al. Vele jaren achtereen groeten we elkaar van afstand, want meer is er niet bij. Dan overlijdt, in 2015, Kieri, hond der honden. In de weken die daarop volgen, loop ik vaak verdwaasd mijn hondenronden, maar wel alleen, dus zonder hem…



Opeens staat hij voor me. Met Max.  Hij zegt: “Ik ben bang dat ik een antwoord krijg dat ik niet wil horen, maar… Ik zie je steeds alleen lopen, zonder Kieri…” Voor het eerst kan ik Max aaien, maar intussen rollen de tranen over mijn wangen. Na vijf minuten zwijgen, zegt hij dat hij verder moet en “we komen elkaar vast weer tegen”.

Sindsdien hebben we elkaar vaak ontmoet. Hij las in de krant dat ik een voorstelling produceerde, een boek presenteerde… Dus als wij ons nieuwe huis hebben gekocht en de TE KOOP-borden zijn bevestigd, besluit ik mijn hondenronden weer te gaan lopen. Dit in de hoop dat ik hem tegenkom.

Meteen raak. “Ik ga verhuizen, “ zeg ik, “en ver van hier.” Hij reageert emotioneel. Niet zo heftig als mijn reactie destijds, maar hij is wel ontdaan. Per wanneer wil hij weten. “O, pas in november. Dan gaan we elkaar daarvoor vast nog vaak zien.” 

De volgende dag ontmoet ik hem weer, ’s morgens om zes uur na mijn wandeling. Hij: “We spreken af dat we elkaar gewoon één keer per dag treffen totdat je verhuist.” Ik heb niets beloofd, maar ga nu weer even wandelen, want je weet maar nooit.

 

Archief 2018