Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A-L en deel 2: M-Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 33 - Liefde [2]

donderdag 23 augustus 2018

 

 

Iedereen meet, naar ik meen, de waarde en de betekenis van zijn levensjaren af aan de liefde die hij schenkt of heeft ervaren. Dat is wat ons bijblijft en bepaalt, wie we in onze eigen ogen zijn. Al het andere – succes, bewondering, bezit – is hoogstens instrumenteel. Wie het een met het ander verwisselt, weet niet wat hij mist. Love is all you need.

Nop Maas van de Korenmaat (lees ook hier) bezorgde mij een exemplaar van zijn uitgave Liefde, met vier brieven van Martin Michael Driessen. Het in 2017 in een oplage van honderd exemplaren verschenen boekje – fraai geïllustreerd door Marlies Visser – was allang uitverkocht, maar Maas bewaarde er een paar “voor de echte liefhebbers”. Vier brieven over de liefde dus, gericht aan zijn gestorven hond (met wie hij achttien jaar samen was), aan zijn ex-geliefde (sinds twaalf jaar), aan zijn bijna honderdjarige moeder en aan zijn gestorven kind, dat overleed toen het vier maanden oud was. 
Ik kende de verhalen uit De Standaard (30 december 2016), maar de krant raakte lang geleden zoek. Lees, behalve bovenstaand Postscriptum, ook het verhaal hieronder en je weet waarom die brieven indertijd indruk op me maakten.

Aan David, mijn zoon

Ik heb de ongeopende brief voor me liggen die ik je schreef toen je net geboren was. Het idee was dat je hem op je achttiende verjaardag zou openen; maar je hebt niet eens je eerste verjaardag beleefd. Als je nog even had kunnen volhouden, had je mijn nier gekregen en had je hem misschien wel kunnen lezen. Jij mist mij niet, hoe zou dat ook kunnen, ik was maar vier maanden en één dag je vader. En ik weet ook niet of ik jou nog wel mis, na al die tijd en zoveel leven. Maar wat je mij hebt gegeven is een besef dat ik tot een liefde in staat ben waarvan ik zonder jouw korte bestaan geen weet gehad zou hebben. 



 

 

Archief 2018