Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 32 - Culinair [1]

maandag 13 augustus 2018


De Verkadefabriek was natuurlijk ooit de Verkadefabriek. Op mijn dienstreizen kwam ik twee dagen achtereen in zeer bijzondere restaurants waarvan ik, toen ik er binnenstapte, ook meteen wist dat de naam staat voor een geschiedenis. Ik besloot die op te zoeken. Bij het eerste restaurant, in Capelle aan den IJssel, vertelt de eigen website de geschiedenis, die ik hieronder samenvat. Bij het tweede, in Gouda, moest ik ook andere sites raadplegen. Het is al met al niet meer dan het opsommen van de weetjes, maar… wat vooral geldt: ga er eens heen. 
Als ik mijn liefde voor boeken en theater met mijn lezers deel, mag het ook wel een keer een culinair logboek worden. Toch?

Nota bene aan de voet van de Van Brienenoordbrug – op de grens tussen Capelle aan den IJssel en Rotterdam – staat Het Zalmhuis, restaurant met een schitterend uitzicht op zowel de IJssel als de Maas. De locatie ligt in Kralingseveer – tot 1941 een dorp, nu een wijk in het Rotterdam-Oostse stadsdeel Prins Alexander.

Tot ver in de twintigste eeuw was de zalmvisserij de belangrijkste bron van inkomsten in dorpen als Woudrichem, Ammerstol, Hardinxveld-Giessendam, IJsselmonde, Geertruidenberg en Kralingseveer. Daar staat nu restaurant Het Zalmhuis; bijna op dezelfde plaats waar ooit, onder dezelfde naam, honderdduizenden zalmen werden verhandeld. 

In 1875 herrijst in Kralingseveer een overdekte markt voor de afslag en verkoop van vissoorten als elft, winde, fint en steur. En zalm dus, dan nog een delicatesse. Deze markt groeit uit tot de grootste zalmafslag van Nederland. Bovenop de zalmmarkt is een paviljoen gebouwd dat zeer populair is bij de rijkere Rotterdammers, die er komen genieten van dat prachtige uitzicht en een broodje zalm. De locatie is zo geliefd dat er een nieuw paviljoen gaat komen: 16 meter lang en 5 meter breed, gebouwd op stalen kolommen boven het water. Dat is in 1906, op het hoogtepunt van de Art Nouveau. Nou ja, zo noemen Rotterdammers die stijl natuurlijk niet. Nee, ook niet Jugendstil. Ze zien veel krullende lijnen, dus dan noem je dat: de spaghettistijl!

Op dat moment gaat het met de zalm in de rivieren al bergafwaarts. Sluizen en stuwen, grindbedafgravingen, overbevissing en watervervuiling zorgen er de decennia daarna voor dat de zalm in de jaren vijftig helemaal verdwijnt uit de Maas, de Lek, de IJssel en de Rijn. Het einde van Het Zalmhuis heeft nog twee extra oorzaken. De eerste: de Watersnoodramp, die in 1953 ongekende verwoestingen aanricht in Zuidwest-Nederland; de tweede: de oprukkende industrialisatie en de bouw van de Van Brienenoordbrug die daar het gevolg van is. Kralingseveer gaat door de dijkreconstructies vrijwel volledig op de schop. In 1955 maakt de slopershamer een einde aan de rijke historie van Het Zalmhuis.

Een voorlopig einde! In 1990 koopt projectontwikkelaar Johan Rollooseen stuk grond precies op de grens van Rotterdam en Capelle aan den IJssel. Dit met het doel een oude droom in vervulling te laten gaan: het herbouwen van het legendarische Zalmhuis. Rolloos pakt de zaken grondig aan, onder meer via gesprekken met mensen die zich het oorspronkelijke gebouw nog voor de geest kunnen halen en er foto's van bezitten. Op basis van die informatie en een lading oude documenten gaat de architect aan de slag. In 1999 gaat de eerste paal de grond in en drie jaar later is Het Zalmhuis terug van weggeweest.





Het bovenstaande is al met al niet meer dan het opsommen van de weetjes, maar wat vooral geldt: ga er eens heen. De kaart is mooi. Vergeet tijdens het kijken niet te eten.

 

Archief 2018