Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug
naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links:
daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A t/m G, deel 2: H t/m L,
deel 3: M t/m R, en deel 4: S t/m Z),  2019 en 2018 en
de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 28 - Kai

zaterdag 21 juli 2018



We spelen het spelletje al een paar jaar, de jonge Mechelse herder en ik. Als ik naar het centrum loop of daarvan terugkeer, passeer ik zijn huis. Meestal ligt hij buiten op de loer en spitst zijn oren al als hij mij in zijn vizier krijgt. Dan staat hij op. Als ik vervolgens dicht genoeg voorbij hem kom lopen, slaat hij zijn voorpoten dreigend op het tuinhek en blaft totdat ik volledig uit zijn zicht ben. Zo, het is hem weer gelukt zijn territorium te bewaken, al ben ik nog nooit van plan geweest dat te betreden. 

Onlangs had de Mechelse herder een probleem. Ik kwam van rechts en zag hem al overeind komen. Maar van links kwam een moeder met kinderwagen. Net toen de hond tegen mij wilde blaffen, hoorde ik de moeder tegen haar dochtertje zeggen: “Zeg maar hallo tegen Kai. Dag Kai.” De hond heet dus Kai. De kindervriend in hem kwispelde naar hen en luisterde aandachtig naar het kinderstemmetje, maar de waakhond die hij ook wil zijn, hield zijn blik gericht op mij. En toen… toen gebeurde er helemaal niets, want kiezen uit twee mogelijkheden, was er een te veel voor Kai.

Sindsdien stel ik hem elke keer als we elkaar treffen voor dat dilemma. Nog steeds gaan de oren recht overeind staan als hij mij ziet en hij staat op. Maar als ik vlakbij ben, roep ik enthousiast: “Kai, Kai, hallo lieve hond.” Hij kwispelt niet, maar hij blaft ook niet. Vanochtend gebeurde dit weer en vroeg ik mij even af of een hond teleurstelling kent omdat hem een spelletje is afgenomen. Maar even later hoorde ik zijn dreigende geblaf alweer. Gelukkig, hij vond iemand die zijn naam niet weet.

Archief 2018