Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A-L en deel 2: M-Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 21 - Hart [3, 4, 5, 6, 7 en 8]

zondag 27 mei 2018

Zie hier voor 1 en 2


3.

Vrijdagmiddag 18 mei afspraak met huisarts. Al dagen heb ik een drukkend gevoel op mijn borst en stekende pijn tussen mijn schouderbladen. Dat heb ik, samen met een veel te hoge hartslag, vaker (gehad), maar nu houden de klachten maar aan en dat baart me zorgen. Een kwartier later rijdt daar de ambulance voor, die mij vervolgens naar het ziekenhuis vervoert. Daar mag ik meteen op een brancard en aan de meetapparatuur om vervolgens te worden onderzocht door de cardioloog. “U blijft vannacht hier ter observatie.” Maar ik ben halsoverkop thuis vertrokken, zonder de kat eten te geven, het huis te beveiligen… “Dat komt heel slecht uit”, zet ik in. “Dat komt iedereen slecht uit,” antwoordt hij, “maar u blijft!”


4.
Daar heb ik niet op gerekend: huisartsbezoek dat je meteen in het ziekenhuis doet belanden. Hoe breng ik hier de vrijdagavond en zaterdagochtend door zonder boeken, zonder mijn laptop? Als ik niet kan lezen of schrijven…
De Liefste is bereid haar plannen om te gooien en direct naar het ziekenhuis in het zuiden af te reizen. Met alvast dat ene dikke boek bij zich dat we allebei in de kast hebben staan, maar beiden nog niet lazen: Kwaadschiks van Adri van der Heijden. Zaterdagochtend neemt zij uit mijn huis dan wel mee wat verder op mijn lijstje staat.
Al een stuk geruster weet ik dat ik een eventueel slapeloze nacht en vermoedelijk eindeloze ochtend wel zal doorkomen. 


5.
Op vrijdagavond volgen er onderzoeken om mijn hartslag te meten tijdens inspanning, waarvoor men mij loskoppelt van de monitor aan mijn bed. De snoeren die zijn vastgeplakt op mijn lijf verdwijnen nu in een met me mee te dragen meetkastje, waarmee ik verplicht de trappen tussen verschillende etages op en af stap. 
Vanaf 21 uur ben ik vrij om te gaan en te staan waar ik wil, want dat kastje blijft! De Liefste arriveert met veel aandacht voor mijn verbazing dat ik nu hier ben. En met het boek! Daarin lees ik tot na middernacht en ga dan proberen te slapen. Met al die draden en dat kastje. 


6.
Elke keer als je op je andere zij draait, moet je dat kastje naar de andere kant van het bed verleggen en vervolgens de bedrading goed controleren voordat je weer gaat liggen. Niet één keer schiet een draad los! Maar, samen met de vreemde locatie en een ander dan je eigen bed, zorgt die oplettendheid ervoor dat je nauwelijks slaapt. Geen zorg: ik heb mijn boek en om 5 uur gaat de leeslamp weer aan. 
Na het ontbijt volgt al vroeg een fietstest. Daarna, zo is me gisteren verteld, volgt nog een echo. De beide Pinksterdagen gebeurt er niets, waardoor ik alleen ter observatie hier ben. Wat ik nodig heb, vraagt De Liefste? Engelengeduld!


7.
De fietstest laat geen schokkend resultaat zien. De cardioloog stelt een uur later dan ook voor dat ik beide Pinksterdagen niet in het ziekenhuis ter observatie in doorbreng, maar naar huis ga. Vanaf dinsdag volgen dan de resterende onderzoeken. “Zijn er toch klachten die u niet vertrouwt, ben u zo weer hier.”
De Liefste komt niets brengen, maar halen: mij! Vriend M. staat later aan de deur met een kist met wijnen en de mededeling: “Trek er een open. Goed voor je bloedvaten!” Goede grap. Maar een uur later valt er weinig meer te lachen.


8.
Zaterdagavond 19 uur word ik opeens doodziek. Hoge koorts, terwijl ik klappertand van de kou; ik ben misselijk, heb diarree… Ga meteen naar bed, kruip onder twee dekens en raak hevig geëmotioneerd. Wat is dit nu weer? Komt het nog wel goed met mij? 
De Liefste overlegt wat ons te doen staat. Zijn dit hartklachten? Lijkt van niet. Moeten we de huisarts bellen of een ambulance die me weer naar het ziekenhuis brengt? Nee, dat is voorbarig. En dus wachten we de nacht af, die lang gaat duren en waarin koortsdromen me voor vreemde vragen en absurde antwoorden stellen.  
Op zondagochtend denken we de oorzaak te lezen: ziekenhuisbacterie. Nou dat weer.

Archief 2018