Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 15 - Dienstreis (4)

woensdag 12 april 2017

[Zie Gedicht Gedacht]

Met het verdwijnen van het Koningstheater verloor de Vlaamse dichter-zanger (en beeldend kunstenaar) Willem Vermandere (1940) in 2012 het podium waar hij sinds 1997 - dus vijftien jaar achtereen - minstens één keer per seizoen optrad. Prachtige avonden en middagen en niet alleen muzikaal gezien. Wij aten altijd uitgebreid voor- of achteraf en hadden het bijzonder goed met elkaar.

Op het podium raakt Pol Depoorter de gevoelige snaren en blaast Freddy Desmedt het koper. Willem doet zelf overigens beide, maar dan, behalve in de instrumentale nummers, veelal in ondersteunende rol. Buiten het volle licht schuift Karel Marynissen de technische knoppen en doet Annie Beirens al de rest: van cd's en boeken verkopen tot eten koken... [Brochure Koningstheater, 2011-2012]


Sinds september 2012 ben ik stadsprogrammeur en ik zorg ervoor dat Willem Vermandere voor Den Bosch behouden blijft; is het niet elk seizoen dan toch zeker om het jaar. Mei 2013 liet ik hem in Perron-3 optreden en toen dineerden Willem cum suis bij mij thuis, want dat Rosmalense Cultureel Centrum ligt zowat in mijn achtertuin.





December 2015 koos ik muziekcentrum De Toonzaal voor hem uit. Op voorhand een succes, want helemaal uitverkocht. Er was zo'n lange wachtlijst dat wij maar meteen besloten hem het seizoen erop terug te vragen. Dat optreden was maandag jl.

Willem Vermandere (van 9 februari 1940) groeide in de loop der jaren uit tot een van onze graagst geziene bespelers. Vanwege het prachtrepertoire dat hij laat klinken: nieuw werk en oudere liedjes en instrumentaaltjes uit het oeuvre dat hij gedurende vijftig jaar bij elkaar schreef, componeerde en zong. Maar ook vanwege het enorme vakmanschap van hem en zijn muzikanten Freddy Desmedt (klarinet en saxofoon) en Pol Depoorter (gitaar en mandoline). En zeker ook vanwege hun vriendschap en warme harten.
Ze bezoeken Nederland niet heel vaak, maar al vanaf ons prille begin, in 1997, komen ze elk seizoen naar het Koningstheater; de laatste vijf jaar zelfs steeds twee avonden of voorstellingen achtereen: 's middags en 's avonds. Willem Vermandere, die man uit de verre Vlaamse Westhoek. Schepper van imposante beelden. Verteller van humoristische en filosofisch getinte anekdotes en verhalen. En zanger-gitarist-saxofonist... [Brochure Koningstheater, 2011-2012]


Ik ken Willem al zo'n veertig jaar en vijftien daarvan - van 1997 tot 2012 - trad hij, zoals gezegd, elk jaar op in mijn Koningstheater, waar ik vanaf de start de Vlaamse zangers onder de aandacht bracht. Dit vanuit mijn bewondering voor Della Bosiers, Miel Cools, Vera Coomans, Koen De Cauter, Jan De Wilde, Raymond van het Groenewoud, Paul Rans, Lieven Tavenier, Wannes Van de Velde, Dirk Van Esbroeck, Johan Verminnen en Willem Vermandere (en nog wel wat anderen) dus...
Bij hem groeide het publiek in Den Bosch zo snel dat we overgingen tot steeds twee optredens. Zeer aangenaam, want dan konden we wat langer bij elkaar zijn. Andere theaterdirecteuren zagen wat er hier gebeurde of bewonderaars attendeerden hen erop dat zij de Vlaamse troubadour maar eens moesten progammeren. En zo heeft hij inmiddels een mooi speellijstje in Nederland opgebouwd. 

Voorstellingen als deze maak je maar één keer per jaar mee. Of hij volgend seizoen weer komt, wordt ons al gevraagd voordat het laatste lied heeft geklonken. Ja, zolang hij het wil, komt hij weer en weer en weer... [Brochure Koningstheater, 2011-2012]


Zondag 15 april 2012 vroeg hij, tijdens het eten tussen het middag- en avondoptreden, hoe dat nou moest. Ik had hun verteld van mijn rigoureuze besluit met het Koningstheater te stoppen en verder te gaan als stadsprogrammeur en -producent. Vanuit die nieuwe rol kon ik hun beloven dat er voor hen altijd plaats zal blijven. Zolang ze willen, komen ze weer en weer en weer...



Maandag jl. was hij dus weer in Den Bosch. In de Toonzaal en met veel bezoekers die ik nog ken van het Koningstheater. Zij weten wat er zo bijzonder is aan Willem Vermandere. Pas zag ik hem omschreven als de Vlaamse Leonard Cohen, maar dat is hij voor mij absoluut niet, De roots van de singer-songwriter liggen bij folk en pop; die van de dichter-zanger veel dichter bij het chanson. Wel kan Leonard Cohen mij in dezelfde mate ontroeren, maar dat doet zijn repertoire net zo goed als anderen het vertolken, zoals Cohens muze Jennifer Warnes. En Vermandere is evenmin de Vlaamse Georges Brassens, al is hij aan hem meer verwant, waardoor ik die vergelijking beter snap. Maar ook die laat zich wel zingen, zoals onder anderen Maxime Le  Forestier bewijst.
Willem Vermandere is vooral zo bijzonder door de wijze waarop hij zijn poëtische zeggingskracht als zanger, maar evengoed als verteller, koppelt aan grote thema's als liefde, dood en oorlog, maar ze steeds klein en dicht bij zichzelf houdt door te zingen, te spreken en te mijmeren in het West-Vlaamse dialiect van zijn geboortestreek: Lauwe, aan de Leie. De streek waar De Grote Oorlog - die van 1914-1918 - woedde. Juist omdat bij hem mens en materiaal zo één zijn - noem dat maar persoonlijkheid -, kan hij als enige zijn eigen werk zingen.


Vermandere is een oorlogskind, maar geboren aan het begin van rampjaren die Vlaanderen minder in de ziel raakten dan Nederland: de Tweede Wereldoorlog, die van 1940-1945. Maar ook voor Vlaanderen was dat een donkere periode van armoede, angst en groot verlangen naar veiligheid. geborgenheid. Dat is bepalend geweest voor zijn denken over de wereld (maatschappijkritisch), voor zijn vorming als persoon (hij studeerde Godsdienstwetenschappen en werd leraar) en voor zijn levensopvatting als individu. Ik noem hem een filosoof, maar dan van het bijzondere soort dat over zelfspot beschikt.
En het was natuurlijk van grote invloed op de wijze waarop hij zijn kunstenaarschap uitdraagt: als dichter, schrijver, beeldhouwer, tekenaar en graficus. En als chansonnier en muzikant: zanger zoals zijn moeder, klarinettist zoals zijn vader:

Wagenmaker, armoezaaier,
was ons vader levenslang,
aan zijnen draaibank, op zijn kloefen,
al de rest had geen belang.
Maar hij had zo'n schone handen,
daarmee speeld' ie klarinet,
in d' harmonie Sinte Cecilia,
tussen tuba en trompet.

Mijn vader, mijn vader, voor u is dit lied,
stroofke leute en stroofke verdriet... 

En hij werd gitarist, omdat je iets helemaal van jezelf wilt zijn.


Later' wordt altijd maar korter

en 'vroeger', dat groeit dag na dag,
zogezeid word je ouder en wijzer
en toch g'raak je soms wat van slag.

[...]

Dat 'later' krimpt en wordt kleiner,
de toekomst kalft af lied per lied.
Je wordt overrompeld deur 'vroeger',
deur weemoed en een vleugske verdriet.

Omdat later altijd maar korter wordt en Vroeger dag na dag groeit, nodigde ik in 2010 een gezamenlijke vriend uit om naar een voorstelling van Willem te komen kijken. Willem wist van onze vriendschap en vroeg vaak naar hem, naar G. Tegen G. zei ik: "Dan kom je pas laat en je gaat ergens achterin zitten. Als je dan besluit dat je Willem na afloop wilt herontmoeten, blijft je. Als je dat niet wilt, ga je meteen weg. Dan heb je hem tenminste weer eens gezien en ben je tot niets verplicht."
Beste lezer, je begrijpt al: er was iets aan de hand. G. raakte gebrouilleerd met Willem toen de laatste de samenwerking verbrak met een andere vriend van hen beiden. Vooral de manier waarop dat gebeurde, stak G. "Maar we praten over 25 jaar geleden," zei ik, "en er moet toch een moment komen waarop je over zoiets heen stapt." Maar G. kon het niet en hij wilde het niet. En dus ging hij niet in op mijn voorstel naar een optreden te komen kijken.



Toen G., april 2010, zijn tachtigste verjaardag in mijn theater wilde vieren met enkele muzikale entr'acts, vroeg ik Willem of hij bereid zou zijn de vriendschapshand naar G. uit te steken met een optreden als verrassing. Hij stemde meteen toe. Maar ik vond dat ik G.'s zonen hierover vooraf moest informeren. Zij vroegen mij ervan af te zien, omdat ze G.'s boosheid en koppigheid kennen en bang waren dat hij er ook nu niet overheen zou stappen, wat de feestelijkheden zou bederven.
Ik informeerde Willem en die was zeer teleurgesteld. Ik stelde voor dat hij G. een brief zou schrijven om hem alsnog te feliciteren. Misschien leverde dat iets op. Willem schreef bijzonder warm en vriendschappelijk; G. antwoordde hem kil en zakelijk. En daarmee hield alles op.

Wat waren ze zalig, die schamele jaren,
die warme stove en het dagelijks brood,
maar dan stierf vader en helaas dan gingen
twee van uw kinders veel te vroeg dood.


Willem is van februari 1940 en dus 87 jaar. Zijn moeder werd bijna honderd, maar is ook al jaren dood. En hij verloor vrienden en twee van zijn broers:

Meestal kwam ie voor de noene, 's zondags langs hier afgedraaid,
al zo veel jaar kwam grote broere op mijn erf hier aangewaaid
voor nen babbel en een bierke en dan streeld' ie 't tafelblad
en dan zag ik vaders handen, die 't ooit schaafden glanzend glad.

[...}

Maar ik weet zeker, vanaf heden, voor nen babbel en een glas bier,
iedere zondag voor de noene, komt mijn broere weer alhier.
Iedere zondag zolang da'k leve, zolang dat de wind hier waait,
blijf ik zingen en geloven dat hij langs hier komt afgedraaid...

En hij verloor inmiddels zelfs een kleinkind:

Runeke geprezen, Rune naar wijd en zijd.
Runeke gezegend, Rune gebenedijd.
Runeke in mijn dromen, Rune in mijn gedacht.
Runeke in mijn herte, Runeke dag en nacht.
Runeke nog zo kleine, Runeke al zo wijs.
Runeke in den hemel, Runeke in 't paradijs.
Runeke cherubijntje, Runeke pluimgewicht.
Runeke serafijntje, Runeke zo licht...
Runeke is de name, Rune is de klank.
Rune, Rune, Rune, Runeke, duizend keer dank...


De nieuwe liedjes worden minder in aantal, maar winnen aan zeggingskracht. Minder anekdotisch, persoonlijker... Alsof hij verder inkeert. De verhaaltjes die hij kwijt moet, vertelt hij tussendoor wel of hij schrijft ze op. 

En je koestert verder geen plannen,
geen bouwproject meer in 't verschiet.
Misschien nog wat reizen en zeilen,
nog wat lezen en zingen - meer niet.




Bovenstaand boek gaf hij mij maandagavond cadeau, samen met de drie tekeningen die ik hierboven heb afgedrukt. 


 

 

Archief 2017