Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 24 - Ge(r)brand

zondag 12 juni 2016

Niet alleen ben ik dol op het schrijven van weekboeken, maar ook op het lezen van dagboeken. De afgelopen weken stortte ik mij enthousiast op het eerste, nogal krakkemikkig geannoteerde deel van twee uitgaven met de dagboeknotities van Doescha Meijsing, getiteld En liefde in mindere mate. Ik besloot even in dezelfde Privé-domein-reeks te blijven hangen, zag het verschijnen van Gerbrand Bakkers Jasper en zijn knecht en begon er enthousiast aan.
Gerbrand Bakker is de auteur van het zeer succesvolle Boven is het stil (2006). Net zo geroemd als Joe Speedboot (2005) van Tommy Wieringa, maar met beide titels heb ik niet zoveel. Omdat ik niet snel opgeef, las ik ook Bakkers latere romans: Perenbomen bloeien wit (2007), Juni (2009) en De omweg (2010). Maar die maakten nauwelijks indruk op mij, terwijl ook de recensies steeds negatiever werden. Zijn wekelijkse column in Trouw sla ik steevast over.

Rond het verschijnen van deze dagboeknotities was er veel aandacht voor Gerbrand Bakker. Ik las dat hij te kampen heeft gehad met een zware depressie en met Jasper en zijn knecht pas na vijf jaar zijn comeback maakt. Dat intrigeerde mij. Vandaar mijn enthousiasme en dat groeide alleen nog maar tijdens het lezen van de notities over zijn huis (in de Eifel) en vooral zijn hond. Met deze Jasper – net als onze Kieri een Griekse straathond – heeft de auteur het zwaar te stellen. Vandaar dat een buurman op een dag verzucht: “Jasper und sein Knecht.”
Laat ik niet verklappen waarom het boek mij uiteindelijk zozeer ontroerde dat ik zaterdagavond niet meer aan lezen toekwam nadat mijn tranen waren gedroogd. “Vind je het zo verdrietig?”, vroeg de ander. “Nee, eerder onverdraaglijk”, antwoordde ik en dat bedoel ik in de beste zin van het woord. Jasper en zijn knecht is zo’n boek dat je achterlaat met een gevoel van leegte, van gemis, omdat je noodgedwongen – de laatste bladzijde is gelezen – uit een wereld moet stappen waarin je je de laatste dagen zo vertrouwd bent gaan voelen.

In het Volkskrant-magazine stond deze zelfde zaterdag een interview met Gerbrand Bakker. Ik las dat vlak voordat ik begon aan de dramatische epiloog van het boek. Daarmee gaf de afloop zich te vroeg prijs. En hoewel zelfs dat mij niet deerde, raad ik iedereen aan eerst het boek en daarna pas de artikelen erover te lezen.

Archief 2016