Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Sinds de zomer van 2017 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Sinds eind mei 2018 bestaan de series van 120-woordenberichten een korte periode niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, zij het wel per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 51 - Hand

maandag 19 december 2016

Wij zaten zaterdagavond in Diederik van Vleuten zijn theatervoorstelling Mijn nachten met Churchill. Daarin vertelt hij, binnen een intrigerende verhaalopbouw, steeds openlijker over de dood van zijn zusje. Ik zag de voorstelling nu voor de vierde keer, maar voor het eerst met de liefste.

Ik zag opnieuw op tegen dat moment waarop hij zijn zusjes dood, op slechts 23-jarige leeftijd, blootlegt, ontvouwt, verklaart. Diederik is een maker die zich verdiept in de materie voordat hij iets beweert; daarmee is hij zijn publiek meestal stappen voor. Ook weer ten aanzien van dit gegeven. Hij stelt terecht dat zij, die stemmen in haar hoofd hoorde, niet uit het leven stapte toen zij zich wanhopig voelde. Nee, dat is wat iedereen denkt, maar zo gaat het dus niet. Het grootste gevaar dient zich aan als een monster wanneer je je goed en sterk voelt.
Toen zij alles helder overzag, realiseerde zij zich: die rotmomenten zullen altijd blijven terugkeren. Zij mogen mij niet mijn leven lang achtervolgen, dus...

Ik luisterde en ging rechtop zitten; ik wapende me, maar schoot toch vol. Ik veegde de tranen van mijn wangen; eerst met een vinger, daarna met mijn hand. Maar hoe stop je gesnotter? Ik zocht een zakdoek terwijl de liefste naar tissues tastte.
"Bijna niemand snapt dat," zei ik tegen middernacht tegen Diederik, na afloop met z'n drieën zittend op een bank in de bijna verlaten foyer van de Verkadefabriek, "dat het niet de mist is, maar juist de helderheid die je op zo'n moment drijft." De liefste zat naast mij en kneep hard in mijn hand; dezelfde die mij die nacht niet meer losliet. 

  

Archief 2016