Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 6 - Bijna 60 (2)

zondag 07 februari 2016

Ik ben een slechte slaper. Niet alleen sta ik zonder uitzondering voor dag en dauw op, maar ook lig ik ’s nachts vaak uren wakker. Dat is altijd zo geweest. Toen ik klein was en mijn moeder zich bezorgd over mijn slaapgedrag uitsprak tegen onze huisarts, zou hij geantwoord hebben: “Wie niet slaapt, rust toch.” Pas in mijn puberteit kreeg die uitspraak betekenis voor mij en ben ik gestopt met mij te ergeren aan het wakker liggen, met opstaan en de krant of een boek gaan lezen. Gewoon blijven liggen, want “wie niet slaapt, rust toch”.

Ondanks en/of dankzij de rust van onze straat hoor ik ’s nachts alles. Auto’s van buren (en weten welke) als die het parkeerterrein op rijden. Eveneens de wandelaar die dan nog op afstand is, maar over een minuut voorbij zal lopen. Nee, niet luidruchtig, na het uitgaan, maar gewoon alleen maar zijn of haar of hun voetstappen op de stoeptegels. Ik probeer aan het geluid ervan te raden of het een jongen is of een meisje of een ouder iemand en meestal de combinaties. Zo kwam het ook dat ik die brommer al hoorde ruim voordat die voor ons huis stopte.

Een prettig tijdverdrijf ’s nachts is het kijken naar mooie cijfercombinaties die verschijnen op de klok: 1:11, 2:22, 3:33. Of 1:23, 2:34, 3:45. Nee, nooit 4:56 en 4:44, want dan ben ik al op. Toen ik die brommer zachtjes aan hoorde komen, was het 2:43. Niet de mooiste combinatie, maar zij telt wel. Ik probeerde te raden wat voor een brommer het was. Nee, geen scooter, een brommertje. Leek wel zo’n heel oude: een Solex of zo. Bestaan die eigenlijk nog? Vast wel. Maar wat gek dat hij vaart minderde vlak voor ons huis en werd uitgezet. Op dit tijdstip?

Ik luisterde. Hoorde niet dat iemand afstapte, niet dat het voertuig op zijn standaard of tegen het muurtje werd gezet. Er gebeurde helemaal niets! Of toch, na een paar minuten: 2.47, ook een combinatie! Ik hoor het schuiven van een voetzool over de tegels. En een kuchje! Het is een man! Het is een man en die zit op een brommer en die staat recht voor ons huis. Om 2:48 nu. Die combinatie telt net zo goed, maar is al ingewikkelder. Zo kun je van bijna alle getallen wel iets maken. Dat klopt. Ach, misschien steekt hij een sigaret op of checkt hij zijn telefoon. Staat het alarm erop? Natuurlijk staat het alarm erop!

2:57. Zelfs die tijd is een grappige cijfercombinatie. Het ding wordt gestart – is het een Solex eigenlijk? – en tuft weg. Nee, die man is er niet vanaf geweest. Toch wat ik al dacht dus. Maar bijna tien minuten voor een huis blijven staan rond drie uur ’s nachts? Nou ja. Niet over piekeren. Op een digitale klok is het trouwens nimmer vijf voor twaalf. Op weg naar de klok van 3:33. Maar dat is exact de tijd waarop ik hem opnieuw hoor, maar dan een dag later!

Wéér hoor ik hem op zo’n honderd meter afstand, waar hij de hoek om komt. Ik weet meteen dat het dezelfde brommer is. Dan zal het ook wel dezelfde man zijn. En wéér nadert die met een slakkengang. En wéér stopt hij voor ons huis en zet zijn brommer uit. Wat is dit? Wat gebeurt hier? Zal ik kijken? Maar dan weet ik zeker dat hij mij ziet. Gewoon blijven liggen! Niks aan de hand. Maar dan hoor ik zacht, alsof hij maar één iemand wakker wil maken op dit tijdstip, mijn naam: “Frank?”

(Wordt vervolgd)

Archief 2016