Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 2 - L.M (2)

zaterdag 16 januari 2016

[Tekst uitgesproken op 11 januari tijdens de herdenkingsdienst in de Verkadefabriek voor Leo Markensteyn, 1947-2016. Leo leed aan de ziekte A.L.S.]


Lieve Leo,

Het is de schuld van Ton Rombouts dat jij en ik elkaar hebben leren kennen. Onze burgemeester kan er onmogelijk in slagen het geluk nog ooit te overtreffen dat hij mij heeft aangereikt met mijn kennismaking met jou.

Het was 2001 en mijn Koningstheater verkeerde in zwaar weer. We hadden net te horen gekregen dat wij ons pand binnen het Koning Willem I-College moesten verlaten en Gemeente ’s-Hertogenbosch had geen oplossing voor handen.
Ik was die cabaretgek die, haast per ongeluk, van journalist en leraar Nederlands, theaterdirecteur was geworden. Van besturen begreep ik niet zo veel. 

Ton Rombouts wist dat hij iemand moest plaatsen tussen die gepassioneerde cabaretman, alleen denkend vanuit zijn fel kloppend theaterhart, en de politiek, opererend vanuit hoofden vol meerjarige beleidsafspraken.
Hij wist meteen welke strateeg deze klus zou kunnen klaren: jij, Leo. En jij kwam… En jij zag… En jij won mij meteen voor je met jouw grote bestuurlijke kwaliteiten.

Als een vader, zoals ik die zelf nooit heb gehad, leerde jij mij hoe ik het spel moest spelen, vooral wanneer ik niet aan zet was of wanneer er een tandje bij moest of juist af.
“Stilzitten als je geschoren wordt…”
“Alleen maar vragen om JA als je weet dat je geen NEE kunt krijgen…”
Dat soort wijsheden.

Heb ik daarmee het vak geleerd? Veel ervan wel en daarom ben ik nu wie ik ben en doe ik wat ik mag doen. Maar natuurlijk leerde ik niet alles, want als het zo gemakkelijk was... 
Het vak van strateeg zit niet in mijn bloed. Zelfs toen we, door jouw tussenkomst, inmiddels met het Koningstheater veilig onderdak hadden gevonden in de binnenstad, moest ik jou nog regelmatig vragen om advies. En dan kwam jij… En dan zag jij… En dan won jij mij opnieuw voor je met alles waaraan ik niet had gedacht of wat ik verkeerd had ingeschat.

Jij hebt ervoor gezorgd dat het Koningstheater sterk werd en bleef.
En daarna was jij als bestuurder nauw betrokken bij de krachtige ontwikkeling die de Koningstheateracademie doormaakte.
?Maar toen, toen opeens kwam jij zelf kracht tekort door die vreselijke ziekte die jou trof. 

Ik ging bij je op bezoek, Leo. Geen strategie van mijn kant, alleen maar diep respect. Tegen je ziekte hielp ook geen enkele strategie van jouw kant. De afloop stond immers al vast.
Daarom wilde jij ook dit afscheid al in een vroeg stadium vastgelegd zien.
• Of deze herdenking in de Verkadefabriek kon plaatsvinden?
• Of Mo Niets is voor altijd wilde zingen?
• En welke muziek jij verder wilde horen. Ja, zeker Bram Vermeulen!

Toen ook dat geregeld was, hoefde jij niet veel meer te zeggen. Jij antwoordde inmiddels het liefst alleen nog met JA en NEE op gesloten vragen, want jij kwam adem tekort. En weer later alleen nog met een knikje, want praten kostte jou teveel energie. En op het laatst was jij al blij dat jij je naasten om je heen had die tenminste nog tegen je spraken.

De jonggestorven dichter Adriaan Jaeggi schreef: Doodgaan is het weggooien van een ervaren machine. Iedereen die jou in die laatste, die mensonterende laatste fase heeft meegemaakt, zag dat we je ervaring gingen kwijtraken. Maar je wijsheid, je humor en je betrokkenheid zullen wij ons altijd blijven herinneren.

Ik zei het al, Leo, tegen jouw ziekte hielp geen strategie. En toch koos jij wèl een strategie. De aftakeling waarmee je ziekte gepaard ging, wilde jij niet openbaren aan de buitenwereld, maar alleen nog meemaken in een steeds kleinere kring van naasten en met Marlies als rots in je branding. Als Bondgenoot, want een strateeg kan nu eenmaal niet zonder Partner in Crime. Zij wist welke strategie jij wilde volgen en daaraan gaf ze gehoor. Naar buiten wilde jij niet meer en dus ook niet naar het ziekenhuis. Oké, dan niet.
Toen jij nog spreken kon, zei jij een keer wat jou wat hielp in deze fase van jouw ziekte: “Als je dit hebt, moet je gewoon niet meer in de spiegel kijken.” 

Het moment brak aan waarop Marlies noodgedwongen in háár spiegel moest kijken en inzag dat het niet langer mogelijk was thuis voor jou te zorgen. Voor het eerst kon zij geen Bondgenoot, geen Partner in Crime, meer voor je zijn. Zij kon geen gehoor meer geven aan hoe jij het wilde. Toen koos jij voor je laatste strategische zet.
Variant op je eigen wijsheid: “NEE is pas aan de orde als JA echt niet meer haalbaar is…” 

Jij moest naar een verpleegtehuis, naar Maria-Oord, en dat wilde jij niet. Want daar zou jij wel te maken krijgen met vreemden in je buurt en aan je bed, mensen zonder weet van wie jij was en wie jij bent en wie jij BLIJFT.
?Ja, wie jij blijft. Want zo dadelijk gaan we op je eigen verzoek naar het lied Testament van Bram Vermeulen luisteren. Die tekst raakte jou in je hart. Bram Vermeulen schreef: 

Als ik doodga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
Het is maar een lichaam dat ik achterliet
Dood ben ik pas als je dat bent vergeten
Dood ben ik pas als je mij bent vergeten 

Jij wilde niet naar een verpleegtehuis, maar het kon niet anders. Maar het ging wèl anders, hè Leo? Nota bene op de ochtend van die onontkoombare keuze. Onontkoombaar ja, maar niet voor jou! Ken je die mop van die man die naar het verpleeghuis ging? Hij ging niet!
?Nee, jij ging niet. Jij ging dood. Niet eens met hulp, gewoon zelf. Jouw hart begaf het. Klaar.

Strateeg tot het laatste moment en iedereen die jou heeft gekend – Marlies en Eelco & Marloes voorop – weet dat je geen betere strategie had kunnen kiezen.
En nu? Nu heb jij het nooit meer benauwd.


Frank Verhallen,
maandag 11 januari 2016

Archief 2016