Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de 
inhoudsopgaven van 2024-1 (A t/m K) en 2024-2 (L t/m Z), 2023-1 (A t/m K) en 2023-2 (L t/m Z), 
2022-1 (A t/m K), 2022-2 (L t/m Z) 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 
(A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 27 - 360-363. Sytse Jansma: Ik kan er niet aan...

maandag 08 juli 2024

5.

ik kan er niet aan wennen om je zo los
te zien van mezelf, jouw buik als jouw buik,
jouw borsten alleen van jou, die keren dan
toen wij als een span paarden, onze heupen
aan dissels verbonden, wij elkaar door de nacht
stuurden, briesend in elkaar afdwaalden – jij keek
met mijn ogen en ik met die van jou tot we
samen één teugelloos achtbenig wezen waren

2024


Na de twaalf dagboekverzen, zoals Sytse Jansma Lichaam I omschrijft, komen de erotische herinneringen van de tweede afdeling, getiteld Lichaam II. Maar zoals uit het bovenstaande gedicht al blijkt, sijpelt de erotiek al in de eerste afdeling binnen.

3.
terwijl ik wacht tot haar lichaam ontwaakt, ben ik het gras
onder haar voeten, de föhn aan de lijzijde van haar hals,
zij bepaalt, blijft zo de kannibalen in mijn hoofd kietelen, zodra
zo loenst mag ik opklimmen tegen de zijkanten van haar dijen

5.
zodra zij haar blozende lijf voor me openvouwt, trekt er
in mijn hoofd een roze mist omhoog, ontwaar ik
mijn diepste zelf, een voor de slacht bewaarde stier
die alsmaar stampend en snuivend op haar afstormt

Lichaam II: opnieuw twaalf gedichten, maar nu niet van acht, maar telkens slechts vier regels. Nog geen spoor van haar ziekte, laat staan van haar dood. Maar in het voorlaatste kwatrijn staat er opeens kon in plaats van kan, schrok en niet schrikt en ze laat niet, maar liet los De wereld die zich voor haar toonde, was mooier dan ooit. Maar de werkelijkheid was anders…

11.
ik wist niet dat ze zo lief kon vloeken, haar mond een nest
vol jonge meeuwen, zelf schrok ze nog het meest, het gemak
waarmee ze alles om zich heen losliet, dit is geen kiezen zag ik,
de wereld die zich voor haar toonde, was mooier dan ooit


Wordt vervolgd.

Archief 2024