Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de 
inhoudsopgaven van 2024-1 (A t/m K) en 2024-2 (L t/m Z), 2023-1 (A t/m K) en 2023-2 (L t/m Z), 
2022-1 (A t/m K), 2022-2 (L t/m Z) 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 
(A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 23 - 317-318. Freek de Jonge [1/4]: Dood kind

woensdag 12 juni 2024

Als een blad van een boom valt,
kijkt niemand op of om.
Een boom, een blad – ach wat,
een speelbal van de wind.
Maar nu valt geen blad,
geen boom zelfs,
nee, nu valt een kind.

Als een bom op een dorp valt,
veert iedereen boos op
om uitgebreid te melden
wat hij er van vindt.
Nu valt een stilte – 
geen bom valt,
nee, nu valt een kind.

Ach God, hou me staande.
Ach God, anders val ik om.
Zeg me, God, waar ik je vind.
Ach God, hij was drie maanden.
Ach God, hij huilde soms.
Ach God, ben jij dat kind?

Sprakeloze mensen kijken
zwijgend naar een kistje
van spaanplaat met fineer
dat schommelend wegzakt
In de betraande aarde.
Een kind, niet meer.

Geen schuld treft hen,
maar ze zijn gedoemd.
De moeder wankelt,
de vader houdt zich groot.
Hij denkt: had ik
mijn kind maar God genoemd.
Dan had ik kunnen zeggen:
‘God is dood.’

1980


Freek de Jonge (1944) kwam al vaak voorbij in deze rubriek. Maar liefst vijftien keer. Namelijk met deze teksten:

Beter zo
Dagmoeder
Elsje
Ik sta hier en jij zit thuis
Jerusalem
Liefdesliedje
Mayonaise
1917
Oude foto
Te vroeg
Vindingrijk
De vondeling van Ameland
Voor ouders

Van het gedicht Dood kind nam ik eerder, in 2017, slechts een fragment op, dus die tekst druk ik nu volledig af; het lied Jan Koopmans was in 2020 te lezen in het Logboek, maar dat onderdeel heb ik van deze website verwijderd. Daarom volgt dat lied hieronder opnieuw. Waarom zoveel aandacht voor Freek de Jonge? Daarover morgen meer.

Persbericht van de Amsterdamse Noorderkerk, maart 2020:
Volk van Nederland, het is bijna te laat – maar nog niet helemaal! Deze krachtige uitroep deed de Amsterdamse predikant Jan Koopmans in de herfst van 1940. In zijn illegale pamflet Bijna te laat! riep hij zijn landgenoten op in verzet te komen tegen anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter.

Wat is vandaag ons bijna-te-laat-moment? Tegenwoordig lijken veel technologische ontwikkelingen zich aan ons zicht te onttrekken of is het lastig om de consequenties te overzien. Toch lijkt een samenleving waarin mensen op basis van Big Data bestuurd en waarin groepen opnieuw uitgesloten worden niet ver weg.

Op woensdag 25 maart (75 jaar en één dag na het overlijden van Koopmans) organiseert de Noorderkerk in Amsterdam een herdenking over de vraag: wie redt onze vrijheid vandaag? Daarbij laten we ons inspireren door het verhaal van Koopmans: hoe zou hij deze vraag beantwoord hebben? Tegelijkertijd stellen we de vraag in de context van huidige technologische ontwikkelingen: wie redt onze vrijheid vandaag? Hoe beoordelen we de digitale bedreiging van onze vrijheid en humaniteit en hoe kunnen we, zoals Koopmans probeerde in zijn tijd, iets onzichtbaars zichtbaar maken?

Tijdens de bijeenkomst zullen enkele sprekers […] vanuit verschillende invalshoeken op het thema reflecteren, gevolgd door een paneldiscussie waarbij ook de bezoekers gelegenheid krijgen om zich in het gesprek te mengen. Freek de Jonge sluit de avond af met het lied dat hij over Jan Koopmans schreef. 

Voor wie het verhaal van Jan Koopmans (1905-1945) niet kent:

Hij is predikant in Zeeland. Als aan het begin van de oorlog iedere overheidsambtenaar de Ariërverklaring moet tekenen – dus de verklaring dat hij niet-Joods is – publiceert Koopmans, november 1940, het pamflet Bijna te Laat! Daarin doet hij een appel op de Nederlandse kerk en het Nederlandse volk om de Joden niet te verraden. En in 1941 schrijft hij Wat wij wel en wat wij niet geloven, met de verwerping van het antisemitisme: ‘een van de hardnekkigste en dodelijkste vormen van verzet tegen de heilige en barmhartige God, wiens Naam wij belijden.’
Als hij in 1941 als predikant van een Hervormde gemeente naar Amsterdam verhuist, probeert hij zoveel mogelijk Joodse mensen te helpen. Vanuit zijn functie onderhoudt hij ook contact met de bezetter en protesteert daarbij regelmatig tegen zijn behandeling van de Joden.
Om arrestatie te voorkomen duikt hij de laatste maanden van de oorlog onder. Op 12 maart 1945 kijkt hij vanuit zijn adres op de Stadhouderskade verbijsterd toe als de Duitsers dertig personen fusilleren: een vergeldingsmaatregel voor het doodschieten door het verzet van een informant. Om een 15-jarige jongen te sparen, schiet een soldaat over diens hoofd, maar raakt daarbij Jan Koopmans in zijn oog. Twaalf jaar later overlijdt Jan Koopmans, pas 39 jaar oud. 


Jan Koopmans

[Beluister hier.]


Kan een held Jan Koopmans heten,
calvinist zijn, dominee nog wel?
Kan een held onbekend, zelfs vergeten,
moet een held niet flirten met de hel?
Kan een held sandalen dragen,
christelijk kamperen in bos en veld?
Kon ik het nog maar aan mijn vader vragen:
wat maakt een mens een held?

Wat zegt de jeugd een Ariërverklaring,
dat eufemistisch racistische jargon?
Geldt voor een verzetsdaad geen verjaring,
is het lot der Joden geen gepasseerd station?
In een nacht door de Heilige Geest gedreven
heeft jan zijn noodkreet op papier gezet:
de consequentie van geloof beschreven,
hartstochtelijke oproep tot verzet.

Bijna te laat!
Ze gaan eraan! Bijna!
Bijna te laat!
Ze gaan eruit! Bijna!

Vanuit een kamer aan de Stadhouderskade,
waar hij maart ‘45 schuilen kon,
sloeg Jan in het plantsoen een represaille gade:
drie dozijn bijeengeraapten en een vuurpeloton.
Om een knaap van vijftien jaar te sparen
richt een Duitse soldaat zijn geweer omhoog.
Wie kan de voorzienigheid verklaren,
de kogel treft Jan in zijn linkeroog.

Bijna te laat!
Ze gaan eraan! Bijna!
Bijna te laat!
Ze gaan eruit! Bijna!

Waar kan ik nog in geloven
wil ik volharden in mijn ideaal?
Gaat de rede mijn verstand te boven,
voorkomt de tomtom dat ik dwaal?
Voor wie wil ik mijn leven wagen;
voor wat zet ik alles op het spel?
Kon ik het nog maar aan mijn vader vragen:
wat maakt een mens een held?

Bijna te laat!
Ze gaan eruit! Bijna!
Bijna te laat!
Ze gaan eraan! Bijna!

2013

Archief 2024