Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de 
inhoudsopgaven van 2024-1 (A t/m K) en 2024-2 (L t/m Z), 2023-1 (A t/m K) en 2023-2 (L t/m Z), 
2022-1 (A t/m K), 2022-2 (L t/m Z) 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 
(A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 4 - 55-56. Kees 't Hart: Voor de doden 3-4

donderdag 01 februari 2024

Je buurman vond je na drie weken
Je was in bed gestorven of heengegaan
Zoals we dat bij begrafenissen zeggen
Om onszelf achteraf gerust te stellen

Maar toch: dacht je wel eens aan de dood
Of je bang zou zijn of juist erg opgelucht
Want op de dood bereidt iedereen zich voor
Juist op momenten dat we er niet aan denken

Eenzame man van drieënzestig jaren oud
Ik mag de woorden in de juiste volgorde zetten
Zoals jij je dingen in je huis een plaats toekende
Blikjes flesjes potjes alles in een ordelijk verband

Ik was even bij je buurman hij glimlachte
Om zijn herinnering je zei nooit veel, je groette
Hij groette terug je was in jezelf verzonken
Zijn lieve dochtertjes kwamen me bekijken

Dat was alles. Ik zag de straat de stoep de heg
Het portiek twee treden, de groene deur
Later stond ik voor me weg te dromen
En keek mijn ogen uit over het voetbalveld

2023


Vervolg van gisteren.


Ook de oorsprong van dit gedicht voor de heer R. van der H. (27 oktober1947 – 9 januari 2011) lees ik op de site van de Eenzame Uitvaart Den Haag. Het gedicht staat in de nieuwe bundel van Kees ’t Hart, maar zijn toelichting ontbreekt daar.

De heer R. van der H. (63 jaar) werd op 9 januari 2011 dood aangetroffen. Hij heeft ongeveer drie weken dood in huis gelegen. Een buurman had hem een tijdje niet gezien en de politie gebeld. Er was weinig over hem bekend. Hij woonde sinds 1957, eerst met zijn ouders, op hetzelfde adres in Den Haag. Kinderen had hij niet; hij was niet getrouwd. Over werk en hobby’s was niets bekend. Ik hoorde van gemeente Den Haag dat het in zijn huis opvallend ordelijk was; alles was keurig gerangschikt.
Ik ben woensdag 12 januari naar zijn huis gegaan en belde bij een buurman. Deze vertelde dat de heer Van der H. een rustige man was, die geheel op zichzelf stond; bezoekers had hij niet, voor zover hij wist. Hij fietste vaak, was altijd in de weer met zijn fiets en hij had in het leger gezeten. Hij groette altijd vriendelijk en ze maakten wel eens een praatje, meer niet. Hij verwees me naar een andere buurman, iets verderop; die had wat meer contact, maar hij was niet thuis.
Op donderdag 13 januari hoorde ik dat de begrafenis op maandag 17 januari in Oud Eik en Duinen zou plaatsvinden. Om tien uur ’s ochtends. Ik ben zaterdag 15 januari nog terug geweest, weer waren de buren niet thuis. Het huis lag in een gemengde wijk van Den Haag en keek uit op een voetbalveld.

De begrafenis werd bijgewoond door de buren, twee oudere echtparen. Ook zij hadden hem niet goed gekend, maar het was een vriendelijke man geweest; hij had de laatste tijd last van een opgezet gezicht. De begrafenis was minder sober dan anders bij dit soort gevallen: de heer Van der H. had gespaard voor een begrafenis. Ik had voor de zekerheid een cd met nocturnes van Chopin meegenomen (in een uitvoering van Idil Biret); nummer 5 werd ten gehore gebracht en bij het verlaten van de kapel nummer 10. De kist was bewerkt en versierd, er lag een fraaie bos bloemen op; er waren acht dragers en zij droegen de kist ook werkelijk naar het graf.


Woorden zijn verbonden met de dood
Ze spreken net als in dit gedicht vanzelf
Zoals beelden in een verwarde droom
Die je de volgende dag alweer vergeten bent

Kom hier nu even bij me staan met huiver
We zijn gekomen om een raadsel op te lossen
Dat zich voor jullie opende en toen sloot
Met z’n tweeën bij elkaar gekomen en dan dood

Man en vrouw voor eeuwig met elkaar verbonden
Met zulke woorden moeten we het hier doen
Te groot om ze mee te nemen tegelijkertijd te klein
Om wat ik niet weet hier aan u en mij te openbaren

Ik weet de raadsels alleen maar op te roepen
Om er vervolgens stomverwonderd naar te grijpen
Dat was het de buren waren niet thuis ik stond
Aan te bellen om voorgoed met u te verdwijnen

Ik mag de banaliteit van de dood voor u bezweren
Dat spreekt vanzelf dat is mijn voorgenomen plicht
Alles wat ik weet en voel benoem ik in dit gedicht
Tot woord tot stem tot beeld tot allerlaatste ogenblik


Kees 't Hart op de site van de Eenzame Uitvaart Den Haag:
Mevrouw M. A. van der S. (23 oktober 1952 - maart 2014) en de Heer F. van S. (9 juni 1954 - maart 2014). Ze waren dood in hun appartement aangetroffen, hadden daar ongeveer zes weken gelegen. Over hun dood is vrijwel niets bekend. Misschien is een van beiden aan een natuurlijke dood gestorven en heeft de ander daarna zelf een eind aan haar of zijn leven gemaakt, maar dit staat niet vast. De weinige familie gaf aan dat ze niet op de begrafenis zouden komen. Veel informatie was verder niet te krijgen. Er hadden in het verleden blijkbaar grote ruzies plaats gevonden.
Ik ben twee keer naar hun appartement (een verzorgingsflat in Den Haag) gefietst waar ik alleen de tweede keer een van de buren via de intercom even heb gesproken. Ze kende het echtpaar niet. De andere buren waren niet thuis of gaven niet thuis. Een paar dagen later bleek dat een zus van de overleden vrouw toch bij de begrafenis aanwezig zou zijn. Ze wist dat ik een gedicht zou voorlezen en had daar geen bezwaar tegen.
Op vrijdag 18 april om 09.00 uur vond op begraafplaats Westduin in Den Haag de begrafenis van beiden plaats. Ook voor de mensen van de begraafplaats was dit een bijzondere gebeurtenis; het komt niet vaak voor dat twee doden tegelijk worden begraven. Wel bij verkeersongelukken, maar dit was ongebruikelijk.
Ik maakte kennis met de zus van de overleden vrouw; ze had een vriendin meegenomen. Ze had haar zus zeker veertien jaar niet mee gezien. Die had zich altijd zeer afhoudend opgesteld en op een gegeven moment was het contact verloren gegaan.
Ik had voor de zekerheid een cd met pianomuziek van Chopin meegenomen, omdat ik het zelf mooi vind en een van de nocturnes zeker op mijn begrafenis moet worden afgespeeld. Maar het was niet nodig. De begrafenisondernemer vroeg of de zus iets over de muziekkeuze van de vrouw wist. Ze wist het niet, maar vond zelf de muziek van Julio Iglesias wel mooi. En zo gebeurde.
De begrafenis verliep niet helemaal vlekkeloos. De twee lichamen werden boven elkaar begraven. Bij de eerste kist ging het goed, maar bij de tweede liep de lift vast. Ook na wat heen en weer gesjor wilde het alleen voor een deel lukken. We kregen de verzekering dat later alles in orde zou worden gebracht. Het personeel van de begraafplaats was hier behoorlijk ontdaan over. Dit kwam nooit voor en je zult net zien dat voor zo’n gelegenheid de zaken niet soepel verlopen.
Ik vroeg bij het verlaten van de begraafplaats of de begrafenisondernemer nog wat meer over de dood van de twee af wist. Niets. Zelfs sectie had geen bevredigend resultaat opgeleverd. Het bleef een raadsel wat er precies in maart gebeurd was in dat Haagse appartement.

Wordt vervolgd.

Archief 2024