Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de 
inhoudsopgaven van 2024-1 (A t/m K) en 2024-2 (L t/m Z), 2023-1 (A t/m K) en 2023-2 (L t/m Z), 
2022-1 (A t/m K), 2022-2 (L t/m Z) 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 
(A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 4 - 51-52. Kees 't Hart: De dichter

dinsdag 30 januari 2024

Hij staat voor de deur en roept
Doe open doe open ik ben het
Ik ben de dichter doe open
Je moet naar me luisteren

Je moet naar me luisteren
Ik vertel je alles over geluk
En liefde en gelukkige dromen
Doe open ik ben het 

Het regent nog een beetje
De straat is stil en verlaten
Een paar kinderen kijken
Naar de schreeuwende dichter

Ik weet dat je gelukkig bent
Ik weet het twijfel niet
Je bent gelukkig ik kan het zien
Omdat ik het heb geschreven

Ik ben de man van de gedichten
Van gisteren en van vandaag
En van de liefdesverklaringen
Ik deed ze bij je in de brievenbus

Een auto draait de straat in
De kinderen gaan naar huis
De dichter loopt het tuinpad af
Twijfel niet fluistert hij

2023


Zo’n dertig boeken schrijft Kees ’t Hart 1944) sinds zijn late debuut in 1988. In dat oeuvre bevinden zich beschouwingen, essays, pamfletten, reportages, romans, verhalen en… gedichten. Zojuist verscheen Het vogelkerkhof, zijn derde poëziebundel na Kinderen die leren lezen (1988) en Ik weet nu alles weer (2008). De komende dagen sta ik bij alle drie de bundels stil, te beginnen met de nieuwste.






Voor Toon Tellegen staat er boven het eerste van twee gedichten. Over ’t Harts collega-vriend schreef ik heel vaak in deze rubriek, onder meer hier, in 2016. Maar zie ook de inhoudsopgaven van 2018, 2019, 2020, 2021 en 2023

Dit is het tweede gedicht:

De avond valt en de dichter gaat de stad in
Om niet ergens lang te moeten blijven
Hij staat bij winkelruiten de prijzen
Vast te stellen van wat hij ziet en hoort

Iemand spreekt hem aan ik ken u
U woonde naast ons ik heb met u
Op school gezeten ik lees soms over u
U bent dichter of bent u iemand anders

Ik ben dichter zegt hij én iemand anders
Ze glimlachen en staan even bij elkaar
Een windvlaag rukt aan de hoge bomen
Het gaat regenen vannacht zegt de man

De dichter vreest de woorden die hij hoort
Hij vreest de dingen die hij betast en schrijft
Hij vreest de wind de lucht en het verlangen
Hij vreest de winkelruit en de herinnering 


Wordt vervolgd.

Archief 2024