Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de 
inhoudsopgaven van 2024-1 (A t/m K) en 2024-2 (L t/m Z), 2023-1 (A t/m K) en 2023-2 (L t/m Z), 
2022-1 (A t/m K), 2022-2 (L t/m Z) 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 
(A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 2 - 26-27. Jan Beuving: Knuffel

zaterdag 20 januari 2024

Kijk en luister hier.


Wij kochten voor ons zoontje ooit een knuffel
Niet een buffel, beer of pinguin, maar een aapje, klein en zacht
Waar hij even mee kon kroelen
Als hij wakker lag te woelen
In het holst of aan de randen van de nacht

We hadden van een vriend de tip gekregen
Om vanwege de gehechtheid waar zo’n peuter vaak aan lijdt
Een reserve aan te schaffen
Waar hij mee zou kunnen maffen
Als het origineel eens smerig was of kwijt

De identieke aap bleek heel erg handig
Dus verstandig was het niet dat ik het pluche op een dag
In de wasmachine deed en
Dat vervolgens was vergeten
Zodat onze zoon de dubbelganger zag

Hij rende als een dolle naar zijn kamer om de andere te halen
‘Nu heb ik er twee!’, zei hij. Daar zouden wij de prijs nog voor betalen

Twee apen lagen ’s nachts nu aan zijn zijde
Onafscheidelijk. Hij was meteen aan allebei verknocht
Als hij díe nu kwijt zou raken
werd het huilen – ik moest maken
Dat ik twee reserve-exemplaren kocht

Ik dacht dat ik het daarmee wel gehad had
Maar omdat dat kind van ons nieuwsgierig is en enthousiast
Vond hij snel twee nieuwe vriendjes
En voor ettelijke tientjes
Had ik vier reserveapen in de kast

Dit procedé herhaalt zich nu al maanden
Wat ik aan de voorraad toevoeg wordt door hem geconfisqueerd
Daarmee rent hij naar zijn bed en
Zorgt zodoende dat hij met en
Wij volledig in de aap zijn gelogeerd

Dus hebben wij een tweede huis erbij gekocht waar hij nu in kan slapen
Samen met zijn zestienduizenddriehonderdenvierentachtig apen

2018


Vervolg van gisteren.


Lied uit Jans tweede programma, uit 2018. Jan, in zijn toelichting: 
Het lied is gebaseerd op onze zoon, die daadwerkelijk een keer de reserveaap vond. We hebben nooit twee reserveapen gekocht; hij stond die ene gelukkig weer af.
De zin over het in de aap gelogeerd zijn klopt grammaticaal niet. Hij is namelijk met de aap gelogeerd en wij zijn het in de aap. Hier heeft de grap het gewonnen van de grammatica, wat eigenlijk niet mag.


Behalve een lied over zijn zoon herbergt het programma een lied over zijn dochter.

Overzijden

Luister hier.


Ach wijffie toch
Daar lig je dan
Zo klein, zo sterk
Papa die is bij je, de morfine doet z’n werk
Slaap maar, want zolang je ogen nog niet open zijn
Is er geen pijn

We vonden jou
Toch mooi genoeg
Zoals je was?
Waarom wil de wereld altijd alles waterpas?
Slaap maar, want die grote lach die lag op jouw gezicht
Is toch al dicht

Je bent te klein nog om te dromen
Dus als je wakker wordt
Is het niet in een Escherschilderij
Hier zal de nacht een nacht zijn
Hier zal niet alles zacht zijn
Hier heeft iedereen zijn eigen perspectief
Wat de een hoog opneemt
Neemt de andere voor lief
Elk boven is ook net zo goed een onder
Maar, in die gespletenheid
Fonkelt toch een wonder
En dat wonder dat ben jij

Misschien ben jij wel in de wieg gelegd
Om de scheuren weer te dichten
Vrede stichten
Is voor jou een fluitje van een cent
Aan kloven overbruggen ben je immers al gewend
De overzijden
Die elkaar schenen te vermijden
Worden weer buren
Nu jij er bent

Ach wijffie toch
Daar lig je dan
Zo sterk, zo klein
Buiten scheert de wereld langs de rand van het ravijn
Slaap maar, onbewust van al het schril contrast
Ik hou je vast

Jan: 
Lied over onze dochter, die geboren is met een schisis: een spleet in lip en gehemelte. Na de eerste operatie, waarin het ‘gat’ dat in het gezicht zit, gedicht is, heb je een heel ander kind. Daar word je vooraf ook voor gewaarschuwd door de chirurg; je moet wennen aan een nieuw gezicht. De lach van een kind met een nog niet geopereerde schisis vergeet je nooit meer: het hele gezicht gaat open.
De overzijden die weer buren worden is een citaat uit Martinus Nijhoffs klassieker De moeder de vrouw

Archief 2024