Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2022-1 (A t/m K), 2022-2 (L t/m Z) 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 40 - 145. Ester Naomi Perquin: Nieuws

donderdag 06 oktober 2022

Op een woensdag eind december, las nieuwslezer J. van K.,
die de nachtdienst had, in zijn gecapitonneerde spreekcel 
(met het ronde ruitje in de deur, als op een schip)
het volgde voor: ‘Het stadionverbod werd opgelegd
nadat de man beledigingen had gesneeuwd.’

Het was niet de eerste keer dat nieuwslezer J. van K. zich
versprak. Maar ditmaal, in het holst van de nacht, 
bleef de zin hem bij. 

In de tijd die hij had tot het volgende journaal dacht hij 
aan de man die beledigingen had gesneeuwd.
Hij dacht aan het jaar waarin de wereld zo lang zo wit 
was geweest dat alle vormen verdwenen. Kerstfeest 
op school, de haast onopgemerkte geur van 
een park dat onder een deken ligt, 
als een ademend lichaam.

Hij dacht aan de sneeuw om hulp, moord en brand. 
Mensen die tegen elkaar sneeuwen op straat. 
Daarna paste hij zijn teksten aan en sloot de deur.
De fout werd geen tweede keer gemaakt.

Maar ergens in de waarheid, die zoals we weten 
bestaat uit trillingen en deeltjes, was een man ontwaakt. 
Hij stond op, nors kijkend, vastberaden,
om zich naar het stadion te begeven.

Daar zou hij, 
namens alle lezers, 
namens alle versprekers, 
namens de winter zelf en het verlangen 
naar een kaalgeslagen landschap waarin je uit afdruk bestaat,
uit sporen, namens de journaals die we niet horen, 
woorden die verdwijnen, onopgemerkte lucht – 
daar zou hij beledigingen sneeuwen.

Zo lang en zo luidruchtig, traag neerdalend op de hoofden 
van anderen, wervelend door de nacht, zo schitterend 
allesdoordringend dat er nog jaren aan werd teruggedacht.

2022


Vervolg van gisteren.








Zoals hierboven staat
Nieuws in Ongevraagd advies, de prachtige nieuwe bundel van Ester Naomi Perquin. En zoals hieronder in het nieuwste nummer van Het Liegend Konijn. Geen woord anders en evenveel (namelijk zeven) strofen. Maar hierboven hebben die zich over meer regels verspreid en daarmee wint het gedicht onmiddellijk aan zeggingskracht in vergelijking met onderstaande, eerdere versie.  

Op een woensdag eind december las nieuwslezer J. van K., die de nachtdienst had,
in zijn gecapitonneerde spreekcel (met het ronde ruitje in de deur, als op een schip)
het volgde voor: ‘Het stadionverbod werd opgelegd nadat de man
beledigingen had gesneeuwd.’

Het was niet de eerste keer dat nieuwslezer J. van K. zich versprak. Maar ditmaal,
in het holst van de nacht, bleef de zin hem bij. In de tijd die hij had
tot het volgende journaal dacht hij aan de man
die beledigingen had gesneeuwd.

Hij dacht aan het jaar waarin de wereld zo lang zo wit was geweest dat alle vormen
verdwenen. Kerstfeest op school, de haast onopgemerkte geur van een park
dat onder een deken ligt, als een ademend lichaam.

Hij dacht aan de sneeuw om hulp, moord en brand. Mensen die tegen elkaar
sneeuwen op straat. Daarna paste hij zijn teksten aan en sloot de deur.
De fout werd geen tweede keer gemaakt.

Maar ergens in de waarheid, die zoals we weten bestaat uit trillingen en deeltjes,
was een man ontwaakt. Hij stond op, nors kijkend, vastberaden,
om zich naar het stadion te begeven.

Daar zou hij, namens alle lezers, namens alle versprekers, namens de winter zelf
en het verlangen naar een kaalgeslagen landschap waarin je uit afdruk bestaat,
uit sporen, namens de journaals die we niet horen, woorden die verdwijnen,
onopgemerkte lucht – daar zou hij beledigingen sneeuwen.

Zo lang en zo luidruchtig, traag neerdalend op de hoofden van anderen,
wervelend door de nacht, zo schitterend allesdoordringend
dat er nog jaren aan werd teruggedacht.

Wordt vervolgd.

Archief 2022