Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20222021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 37 - 125: Robert Long: Jos

vrijdag 16 september 2022

En toen opeens was Josje dood 
Hij had gewoon geen zin om door te leven 
Hij heeft zichzelf als 't ware opgeheven 
Hij heeft aan mij z'n laatste brief geschreven 
Hij hield zich niet nog langer groot 
Ik gaf hem de genadestoot  

Soms denk je dat je iemand kent 
Nou ja, ik kende Jos zo'n maand of zeven 
Hoewel we eerst nogal op afstand bleven 
Zag ik de echte Jos soms toch wel even 
Als door een scheur in 't cement 
Dan kroop-ie langzaam uit z'n tent  
Wanneer we 's zomers de rivier afdreven 
Kwam er een glimlach om z'n lippen zweven 
Was -tie wat minder bang zich bloot te geven 
Dan was-tie in z'n element 
We raakten aan elkaar gewend  

Hij zei niet veel in het begin
Ik wist niet of ik hem ooit zou bereiken 
Als ik iets vroeg begon-ie weg te kijken 
Hij zei alleen soms: ‘Hou nou op met zeiken’ 
Z'n handen nors onder z'n kin 
Verroerde urenlang geen vin 
Hij wou zo graag een harde bolster lijken 
Maar op den duur begon het schild te wijken 
Liet-ie wat meer van zijn gevoelens blijken 
En ging-ie op m'n vragen in 
Kwam-ie tevoorschijn, zin voor zin  

Hij had van alles opgekropt 
Er was niks waar je Jos om zou benijden 
Zijn ouders waren van elkaar gescheiden 
En om de maand moest-ie bij een van beiden 
Waar-ie met snoep werd volgepropt 
En hij vertelde me beknopt 
Hoe hij als kind zijn vader wakker gilde 
Omdat-ie liever naar z'n moeder wilde 
En hoe z'n vader 'm z'n bed uittilde 
En in de kelder had gestopt 
Te vroeg en veel te vaak geschopt  

Hij zei: ‘Misschien is het verkeerd 
Maar ik denk steeds: was ik maar niet geboren 
De mensen hebben hun gevoel verloren 
Haast niemand wil zich aan een ander storen 
Dat heb ik nou toch wel geleerd 
Zelfs als je werkelijk crepeert 
Zal men proberen om je stem te smoren
 Maar ieder mens wil toch bij iemand horen 
Dat lot is mij dan zeker niet beschoren 
Ik word haast overal geweerd’ 
En ik heb Jos opnieuw bezeerd  

Had ik hem achteraf beschouwd 
Toen hij dat zei maar naar me toe getrokken 
En hem gezegd” ‘We zullen samen knokken’ 
Maar ik zei niks, was van mezelf geschrokken 
Een onvergeeflijke fout 
Maar God, ik voelde me zo oud  

Hij schreef” ‘Ook jij liet me weer los 
Door niks te zeggen heb je toch gelogen 
Want wat je wilde zag ik in je ogen 
Ook jij, gevangen in je onvermogen 
Jij bent nog meer dan ik de klos 
Je bent misschien een ouwe vos 
Jij kan misschien op meer ervaring bogen 
Jij kunt ertegen als je wordt bedrogen 
Maar ik heb alles nog eens overwogen 
Ik wil niet meer. Het beste, Jos’

1981


Vervolg van gisteren.


Henk van Gelder in Leen alleen:
Het derde programma van Robert Long en Leen Jongewaard heette …En het bleef nog lang onrustig in de stad. Het ging op 24 november 1983 in première […]. Het was met meer moeite tot stand gekomen dan de twee vorige programma’s en werd met veel minder vrolijkheid gespeeld. De rek leek er een beetje uit. De eerste twee programma’s waren bedacht en geschreven in een euforische stemming en met aanstekelijk genoegen gespeeld. Voor het derde gold dat niet meer. Enerzijds stond het duo onder druk door de hoge verwachtingen bij een lachgraag publiek en anderzijds wilden ze hun uiterste best doen om niet in herhalingen te vervallen. […]
Het derde programma ging niet meer […] Leen ergerde zich aan Bobs [Robert Long is de artiestennaam van Bob Leverman, FV] stiptheid en Bob ergerde zich aan Leens geschmier. […] 
Het was een ingewikkelde voorstelling […] en tot overmaat van ramp kon Leen zich bijna niet meer concentreren. […] 
Ook met zijn privéproblemen kon Leen niet meer bij zijn collega terecht. Aanvankelijk wilde Long nog wel luisteren naar Leens verdriet om de breuk met Barrie, maar na een paar weken had hij daar genoeg van. Long zat nu eenmaal anders in elkaar; als hij een relatie wilde beëindigen, deed hij dat robuust en radicaal. ‘Huil je nou nóg om die jongen?’, bitste hij op een avond tegen Leen. Onthutst keek Leen hem aan; tegen zo’n kille opmerking was hij niet bestand.
De laatste tournee van het duo duurde niet langer dan één seizoen. De ruzies werden steeds heftiger. Ik denk dat Leen op dat moment hevig in psychische problemen zat. Hij was onhandelbaar, hij zat zwaar in de knoei met zichzelf. Het laatste seizoen is met slaande deuren afgelopen. Het was echt voorbij.

Jos komt niet uit hun gezamenlijke programma’s. Robert Long schreef het voor het soloalbum Leen is alive, dat Jongewaard in 1981 opnam. Robert Long zong het zelf in zijn theaterprogramma Dag, kleine jongen (1985); het staat ook op het gelijknamige album.

Beluister hier:
Josje in de uitvoering van Leen Jongewaard (1981);
Kijk hier:
Josje in de uitvoering van Robert Long (1984).


Wordt vervolgd. 

Archief 2022