Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20222021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 35 - 107. Jurrian van Dongen: Een soort van

maandag 29 augustus 2022

[Kijk en beluister hier.]

Ze hockeyt in C3
Ze lacht vaak net te hard
Ze hield haar spreekbeurt over Billie Eilish
Weken aan gewerkt

Ze hoopt dat geen van haar vriendinnen
Iets vreemds aan haar merkt
Dat ze normaal is
Dat ze erbij hoort

Want als niemand het weet of aan haar ziet
Dan bestaat het
Een soort van
Niet

Ze houdt een dagboek bij
Daarin beschrijft ze trouw
Gedoe op school, het hockeykamp
Wat ze het weekend deed

En dat hij stiekem naar haar kamer komt
En zij dan steeds niet weet
Of het normaal is
Of het erbij hoort

Voelt ze zijn handen op haar blote huid
Zet ze zichzelf
Een soort van
Uit

Als dit gewoon is, waarom doet hij dan
Als ze samen zijn zo anders tegen haar
Waarom zegt-ie: met niemand over praten
Waarom doet-ie dan een soort van lief
Maar voelt het naar?

Ze hockeyt in C3
Ze lacht vaak net te hard
Ze wil niet dat het doorgaat, maar
Ze weet niet hoe het stopt

Ze hoopt dat iemand het ontdekt, per ongeluk
Iemand die ze wel vertrouwt
Die zegt: dit is niet
Zelfs niet een soort van
Jouw fout

2022


Vervolg van gisteren.


Jurrian van Dongen in zijn dankwoord achterin:
Wat ik het meest bewonder in het werk van Stephen Sondheim en Willem Wilmink is hun aandacht voor details. Ze observeren scherp en richten onze blik op iets heel specifieks, op iets wat vergeten was of overgeslagen. Op die manier creëert Sondheim menselijkheid in het grote gebaar en maakt Wilmink van het kleine gebaar iets mythisch. En zo resoneert hun werk op verschillende momenten in ons leven op een andere manier. Bij herlezen of opnieuw beluisteren, lichten er telkens andere details op. Stiekem hoop ik dat een paar teksten in deze bundel eenzelfde werking hebben…

In de inleiding van Gewoon opnieuw stapt Van Dongens vakbroeder Jan Beuving – hij drong tien jaar lang bij Van Dongen aan op deze bloemlezing en nam de redactie op zich – de huiskamer van Jenny Arean binnen. Met de top-chansonnière die veel Van Dongentjes kent en zong, spreekt hij over wat diens teksten karakteriseert. Bovendien schuift ook Niek Barendsen aan, studiegenoot van Van Dongen op de Kleinkunstacademie en regisseur van het jeugdtelevisieprogramma Het Klokhuis, waarvoor Van Dongen ook al zijn heel carrière schrijft. Inderdaad, zo stellen zij gedrieën vast: de eigenheid van Van Dongens werk schuilt in de samensmelting van de kracht van Willem Wilmink – de man die met eenvoudige taal het hele volk kon benaderen en raken – en die van Stephen Sondheim – de man van de mooie taal en de dure rijmwoorden. Maar we zijn er nog niet. Jan Beuving – hij is wiskundige – introduceert het assenstelsel als zij met z’n drieën praten over Een soort van, de bijdrage van vandaag:

Denken we terug aan dat denkbeeldige assenstelsel met Wilmink en Sondheim, zit dit lied ergens rechtsbovenin: heel veel van de eenvoud van Wilmink, heel veel van de vorm van Sondheim. Maar geen van tweeën had dit ooit kunnen schrijven. In feite komt er een derde dimensie bij: de dimensie Van Dongen. Het is de dimensie waarin literair en begrijpelijk samen kunnen vallen. De lichtheid en de zwaarte, De eruditie en de ontroering, En de eeuwige troost. Als er één gemene deler is die in al die liedteksten bovenkomt, zo zeker als sneeuwklokjes in het voorjaar, dan is het de troost. In het theaterwerk nog wat meer dan in het Klokhuis-repertoire – misschien omdat volwassenen het harder nodig hebben. Waar Jurrian zelf is, in die teksten? Nou, daar dus. Een barmhartige kijk op de wereld, zonder de ogen te sluiten voor de weerbarstige feiten. Hij mag zelf misschien bescheiden zijn, maar zijn stem eist in zijn werk een plaats op. Zijn teksten stappen naar voren, zoals die bakkerszoon deed in de eerste les die Joost Prinsen beschrijft in zijn voorwoord.

Wordt vervolgd.

Archief 2022