Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20222021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 26 - 61. Koenraad Goudeseune: Deur

vrijdag 01 juli 2022

Midden in een kort soort slaap veroorzaakt door medicatie,
meende ik de deurbel van mijn appartement gehoord te hebben.
Ik verwachtte niemand op dat uur. Zus noch broer en ook
vrienden niet. De thuisverpleging was al geweest. Kortom, wie?

Half versuft deed ik open en zag het zoontje van de buren,
een ventje van vijf jaar, half verschoven achter zijn deur, bang
loerend en allengs verstijvend. Ik zag mij plots door zíjn
ogen en schrok danig. Minzaam probeerde ik te glimlachen

en hoopte dat mijn verschijning hem niet de stuipen gaf.
We bleven daar aan ons beider deur misschien wel een minuut
staan kijken naar elkaar. Hij werd niet banger, ik voelde voor

het eerst dat ik diepe vrede had met de schim, het wrak,
de stervende. Ik weet wel zeker dat het kind nooit nog eens
aan zal bellen. Langzaam, teder haast, sloot hij de deur.

2020


Excellent was zijn laatste gedicht (lees hier); het bovenstaande zijn voorlaatste. Met die twee sonnetten eindigt de bundel Nagelaten gedichten.







De flaptekst:

Nagelaten gedichten bevat een keuze van vijftig uit honderd nagelaten sonnetten, aangevuld met 21 sonnetten met de titel ‘Laatste woorden’, die hij in het licht van de naderende dood schreef. De bundel werd ingeleid door Benno Barnard en Rob Schouten.

‘Een woelwater in de Vlaamse letteren. […] Hij behield een kring van bewonderaars en leek met zijn nietsontziend autobiografisch proza, de status van recalcitrant cultauteurs te verwerven.’ 
– De Morgen

‘Koenraad Goudeseune was een weerbarstig dichter, een echte dwarsligger die zich in de kwarteeuw dat hij schreef steeds meer tot het aloude genus van de genoemde dichter ging rekenen. Maar zijn werk laat zien dat hij, ondanks zijn vroegtijdige dood, voortleeft, in krachtige, uitgesproken verzen waaraan, wat je ook van poëzie verwacht, welke eisen je ook aan haar stelt, niet te tornen valt.’
– Benno Barnard en Ron Schouten

Archief 2022