Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

De illustratie ROT TOCH OP MET JE POËZIE! is van Gummhah
- het is zijn de Volkskrant-cartoon van 4 maart 2022 -
en die is hier met vriendelijke toestemming van
Gertjan van Leeuwen (= Gummbah) afgedrukt.

------


Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20222021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 16 - 46. Elly de Waard: Stase

dinsdag 19 april 2022

Dat van mijn voeten tot de hoogste lucht
Ik om jou zucht
Terwijl je naast die ander staat –
Dat maakt me kwaad!

Zoals de stormwind, aangesneld uit zee,
Huivert door helm,
Constante beroering, zo
Vergaat het mij als ik je zie.

O – 
Je lachen is als water dat zich over kiezels haast!
Perfide sirene!
Je zilveren keel zendt slechts serene aandacht uit
Naar je kornuit.

Woede van jaloezie – 
Zoals de muizen buiten in de winter
Uit honger kranten eten op de plaats
Waar eens hun voedsel lag, zo ben ik ook
Verscheurd geraakt.

Confuus van nijpende leemte! Je infuus
Naar die intiemste spier, het hart,
Heeft het verward – 
Heeft het op hol
Tot staan gebracht.

1981


Rob Schouten citeerde in zijn bijdrage over de mooiste literaire liefdeszin (lees hier) Elly de Waard, die geschreven zou hebben: Dat jij nu met die ander gaat, dat maakt me kwaad. Ik wist dat dat niet klopte, maar hoe was het dan wel? Ik zocht en vond bovenstaand gedicht, waar dus staat: Terwijl je naast die ander staat – Dat maakt me kwaad!






Het gedicht staat in Furie, haar derde bundel (uit 1981), met prachtige liefdeslyriek over onder meer de wanhoop om de onbereikbaarheid – letterlijk en figuurlijk – van de ander. Dat is in het eerste deel. Onderstaand gedicht komt uit het andere (dus tweede) deel, waar het onvermogen steeds meer plaats maakt voor aanvaarding en berusting:

Je mond vind ik het mooiste deel 
Van je fysiek en als je lacht 
Blinken je tanden geheimzinnig diep – 
Rusteloze aantrekkingskracht! 
Ivoren hart in het gewelfde zachte 
Van je lippen.

0 zeg het, zeg iets liefs, laat er 
Een woord, speciaal voor mij bedacht, 
Die mond verlaten, dat vergoedt 
Het missen van de kus die spreken 
Overbodig maakt – waarzonder ik het 
Stellen moet.

Archief 2022