Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20222021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 15 - 42. Mustafa Kör: Vissoep

woensdag 13 april 2022

Vissoep

          Voor Kamiel Vanhole

Ik struinde door je boekenkast
gulzige ogen scanden ruggen
barcodes van de mooiste leugens

Afgezonderd in de living kwam je
friemelend aan de shag bij me staan
ach die droeve, oude Bassets-ogen

We hadden vissoep gegeten

Geroezemoes uit de keuken
een schare schrijvers druk in de weer
met het reanimeren van de wereld
omkransten je zichtbaar genietende vrouw
pontificaal te midden van al dat jonge geweld

Met het aansteken van je sigaret
vatte je moed en vroeg: ‘Waarom zei je net
dat je niet oud zal worden?’

Vergeef me vriend, ik wist niet dat jij
eveneens een ultimatum had gekregen

2016


Prachtig interview, vandaag in Trouw, met Mustafa Kör (1976), sinds een maand de Vlaamse Dichter des Vaderlands, de titel die hij twee jaar mag dragen.

23 jaar is deze zoon van een Turkse mijnwerker als hij, door een auto-ongeluk, verlamd raakt en in een rolstoel belandt. Om zijn tijd zinvol te besteden, begint hij te lezen. Een vriend heeft 1984 van George Orwell bij hem achtergelaten. In de Nederlandse vertaling. In Körs ouderlijk huis spreekt men Turks en het Nederlands beheerst hij amper. Maar… hij begint eraan. 

Mustafa Kör staart liggend in een Belgisch ziekenhuisbed wat vertwijfeld naar het boek op zijn schoot dat een vriend hem zojuist heeft gebracht. Niet dat die vriend vermoedt dat […] Mustafa daadwerkelijk belangstelling heeft voor Orwells dystopische roman. Maar […] de gebroken jongen […] kan wel wat afleiding in de vorm van een dik boek gebruiken, is de gedachte. Een hint naar een nieuwe invulling van zijn leven.
Dat blijkt een goede inschatting. Voor wie nog nooit een boek heeft gelezen, is Orwell misschien wat hoog gegrepen. Zeker voor iemand die […] de Nederlandse taal gebrekkig beheerst. Vanuit zijn ziekenhuisbed begrijpt hij lang niet alles wat hij leest. Maar de zinnen en woorden van de Britse auteur komen binnen als liefde op het eerste gezicht.







Ruim twintig jaar later – Kör is inmiddels 45 jaar – staat
1984 nog steeds in zijn Leuvense boekenkast. Tussen namen als Willem Elsschot en Menno Wigman, vertaalde Franse dichters als Charles Baudelaire en Arthur Rimbaud en eigen werk: de roman De Lammeren (2007) en de dichtbundel Ben jij liefde (2016). 

Nog een paar citaten:


Dat hij nu een gepassioneerd dichter is, leek jaren terug ondenkbaar. Maar ergens verbaast het niet, want zijn leven wordt nu eenmaal gekenmerkt door uitersten, zegt Kör. Al vanaf zijn jeugdjaren. Hij groeide deels op in een idyllisch dorpje in Anatolië, ver weg van de buitenwereld. De tienjarige Mustafa zwom naakt in het meer en jaagde op wild. Zomers sliep hij buiten op het dak van het huis van zijn ouders. Voor een kind een paradijs, Robinson Crusoe-achtig, omschrijft hij het leven in zijn Turkse geboortestreek.
Het andere deel van zijn jeugd speelde zich af in een industriegebied nabij Genk in Belgisch Limburg, waar zijn vader een baan vond als mijnwerker. De immigrantenzoon haalde zijn achterstand op de nieuwe Vlaamse school niet in. Hij beheerste de taal niet goed en wist niet wat breuken waren. Al op zijn vijftiende stopte het straatschoffie met school. “Ik voelde me overal en tegelijkertijd nergens thuis”, zegt Kör.

Hij bleef zoekende. Na het ongeluk revalideerde hij intensief net over de grens in Nederland. Patiënten konden er hun revalidatie combineren met een studie die aansloot op hun fysieke beperking in een naastgelegen opleidingscentrum in Hoensbroek. De jonge Kör dacht aan technisch tekenaar, maar zijn algemene scholingsachterstand was groot. Hij moest individueel met een leraar aan de slag voordat hij toegelaten werd, om vakken als wiskunde en Nederlands bij te spijkeren.
Vooral dat laatste vak had zijn interesse. Samen met zijn leraar analyseerde Kör krantenartikelen in Trouw. Daar kwam zijn talent naar boven. “Je hebt een rauwe taalgevoeligheid die nog fijngeschaafd moet worden”, zei de leraar. Als snel werd duidelijk waar zijn toekomst lag: iets met taal. “Ik had altijd wel de innerlijke zoektocht naar poëzie. Naar iets wat ik nog niet kende, niet het vermogen voor had om te kunnen benoemen of vorm te geven”, zegt Kör.


En nu dus
Dichter des Vaderlands! Bovenstaand gedicht is afkomstig uit zijn poëziedebuut. Het is opgedragen aan collega-schrijver Kamiel Vanhole , die in 2008 op 54-jarige leeftijd overleed aan longkanker.

Archief 2022