Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

De illustratie ROT TOCH OP MET JE POËZIE! is van Gummhah
- het is zijn de Volkskrant-cartoon van 4 maart 2022 -
en die is hier met vriendelijke toestemming van
Gertjan van Leeuwen (= Gummbah) afgedrukt.

------


Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20222021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 12 - 34. Anna Achmatova: Inleiding [0-1]

dinsdag 22 maart 2022

’t Was de tijd toen alleen nog de doden
Konden glimlachen, vredig, niet bang.
Als een nutteloos aanhangsel doolde
Leningrad van gevang naar gevang.
En daar gingen, ontzind door het lijden,
De veroordeelden al op transport,
En de stoomfluit weerklonk bij het scheiden
Als een afscheidslied, dringend en kort.
En de doodssterren boven ons zagen
’t Schuldloos Rusland, gekromd en verscheurd,
Onder zwarte gevangeniswagens,
Onder laarzen met bloed besmeurd.



1.

Je werd weggevoerd [1] toen het al licht werd,
Ik liep mee, ’t was als volgde ik jouw baar.
In een donker vertrek huilden kinderen,
In de iconenhoek drupte een kaars.
’t Kruisje tegen je lippen was koud en
Op je voorhoofd stond doodszweet… Onthou! –  
Bij het Kremlin zal ik als de vrouwen
Der strelitsen [2] straks wenen om jou.

1935


Vervolg van gisteren.

[1] In oktober 1935 werden Achmatova’s vriend en haar zoon gearresteerd. Kort daarop kwamen ze weer vrij. In 1938 arresteerde men haar zoon opnieuw en hij werd ter dood veroordeeld. Zeventien maanden zat hij in de gevangenis in Leningrad, waarna verbanning naar Siberië volgde. Tijdens de oorlog mocht hij als vrijwilliger dienst nemen en hij was aanwezig bij de val van Berlijn. In 1949 volgde weer een arrestatie; pas in 1956 kwam hij weer vrij.
[2] De strelitsen: een door Ivan de Verschrikkelijke ingesteld militair elitekorps van zo’n 2.500 mannen. Omdat het korps zich tegen hem keerde, liet Peter de Grote het liquideren door de mannen te martelen en vervolgens op te hangen. Hun vrouwen togen naar het Kremlin om voor hun levens te pleiten.


Wordt vervolgd.

Archief 2022