Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

De illustratie ROT TOCH OP MET JE POËZIE! is van Gummhah
- het is zijn de Volkskrant-cartoon van 4 maart 2022 -
en die is hier met vriendelijke toestemming van
Gertjan van Leeuwen (= Gummbah) afgedrukt.

------


Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20222021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 9 - 19. Wannes Van de Velde: Mijn...

zondag 27 februari 2022

[Beluister hier.]


Mijn grootmoeder was van den Doel

De polder moet wijken,
wat wilt g’er aan doen;
de machtigen hebben gesproken.
Ge kunt daarom treuren,
maar d’heilige poen
heeft altijd wetten gebroken.
Ge moet dat aanveerden, 
we staan in de kou;
we worden bespot en vernederd.
Toch doet het me pijn, 
dat verbeten gevoel,
want mijn grootmoeder was van den Doel.

Ooit groeide er koren, 
salaad en parei,
waar a’ nu den beton leit te glanzen

en leefden er vogels
in akker en wei:
fazanten kalkoenen en ganzen.
Maar nu is ‘t er stil 
en zo dood als ne pier,
ja, zelfs de zon schijnt er doffer
en al zou ik wel willen,
dat laat me niet koel,
want mijn grootmoeder was van den Doel.

Ooit bloeiden er velden 
daar achter den dijk,
een zingend’ oase van bloemen
en vlogen er bieën ,
den honing te rijk;
ik hoor ze nog ijverig zoemen.
De bulldozers kwamen, 
we zagen het aan,
gesust met wat vage beloftes,
maar ik heb nooit geloofd 
in dien duisteren boel,
want mijn grootmoeder was van den Doel.

Ooit gingen we dolen 
in daverend licht,
langs randen van zilveren dagen,
vergaten de stad 
met heur stenen gezicht
en den tijd met zijn pijnlijke vragen.
Maar dan kwam de wet 
van ‘t losbandig profijt
het licht van de dagen verstoren
en ik hang in de kroeg 
met nen triestige smoel,
want mijn grootmoeder was van den Doel

Ik ga hier niet klagen, 
dat zit er niet in;
ne mens moet zijn onmacht bekennen.
‘k Wil niet protesteren, 
dat heeft weinig zin,
al versleet ik nog vijfhonderd pennen.
Want die ons regeren, 
ze kennen de weg
om later hun handen te wassen.
En ik draag vanbinnen 
nen donkere poel,
want mijn grootmoeder was van den Doel.

2006


In interviews zei Wannes: Met een enkele pennenstreek wordt dit dorp weggeveegd. Dat is toch ontoelaatbaar (Gazet van Antwerpen, 6 oktober 2000). En: Mijn grote gevoel in die stervende polder is er een van verlies, van pijn, van onmacht. Daar moet je mee in het reine komen. Daar moet je iets mee creëren. De onmacht heeft veel kracht (De Morgen, 22 september 2000). 






Net als Dublin Bay en Hier is hem teruglees en luister hier – is dit lied afkomstig van de cd In de maat van de seizoenen, waarmee Wannes Van de Velde in 2006 zijn comeback maakte na jaren uitgeschakeld te zijn door leukemie. Veel tijd is hem daarna niet meer gegeven, want hij werd weer ziek en overleed in 2008.







Waarom vandaag aandacht voor de grote Antwerpse dichter-zanger en beeldend kunstenaar? Omdat zijn werkkamer (zijn schrijfkot in de Antoon van Dijckstraat 34, nabij het Antwerpse Stadspark) al een tweede thuis kreeg in Museum Vleeshuis | Klank van de Stad Klank van de Stad is een verwijzing naar een van Wannes' bekendste liederen – maar er nu ook een online expo het licht ziet, getiteld Het schrijfkot van Wannes Van de Velde. Moet je zeker even bekijken. Klik hier.

Archief 2022