Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

De illustratie ROT TOCH OP MET JE POËZIE! is van Gummhah
- het is zijn de Volkskrant-cartoon van 4 maart 2022 -
en die is hier met vriendelijke toestemming van
Gertjan van Leeuwen (= Gummbah) afgedrukt.

------


Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20222021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 4 - 8. Linda Vogelesang: Forens

zondag 23 januari 2022

Ik weet hoe hij zijn koffie drinkt
weet ook hoe zijn ringtone klinkt
zijn lage stem

weet welke column hij graag leest
uit welke krant.
Ik ken het omslaan met zijn hand
van pagina na pagina.

Ik ken zijn lach, zijn blik
zelfs zijn voetgetik ken ik
en ik weet hoe hij eruitziet
als hij slaapt.

Maar van de wereld die hij betreedt
wanneer hij de coupé verlaat
en opgaat in de mensenzee
heb ik geen weet.


2022


Bovenstaand gedicht komt uit In de trein, een van de fraaie nieuwe Kakkerlakjes die in maart bij Uitgeverij Loopvis gaan verschijnen. Vijf gedichten over achtertuinen vol verre levens, voorbijtrekkende landschappen en reizen naar waar je wilt zijn.
De andere bijdragen zijn van Erik Menkveld, Kasper Peters, Ivo van Strijtem en Willem Wilmink. Ik wilde verwijzen naar de bijdrage met Wilminks prachtgedicht, maar zie dat ik het niet eerder opnam. Daarom hieronder alsnog:


Echtpaar in de trein

voor Wobke

Met de allerliefste in een trein
kan aangenaam en leerzaam zijn.
De prachtig vormgegeven stoel
geeft allebei een blij gevoel.

Voor ‘t verre reisdoel kant en klaar
zit ik dus tegenover haar.
De trein maakt zijn vertrouwd geluid
en zij rijdt vóór-, ik achteruit.

We zien dezelfde dingen wel,
maar ik heel traag en zij heel snel.
Zij kijkt tegen de toekomst aan,
ik zie wat is voorbijgegaan.

Zo is de huwelijkse staat:
de vrouw ziet wat gebeuren gaat,
terwijl de man die naast haar leeft
slechts merkt wat zijn beslag al heeft.

Van nieuw begin naar nieuw begin
rijdt zij de wijde toekomst in,
en ik rij het verleden uit.
En beiden aan dezelfde ruit.

1990

Archief 2022