Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2022-1 (A t/m K), 2022-2 (L t/m Z) 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 51 - 254. Huub van der Lubbe: De komeet...

zaterdag 25 december 2021

De komeet Komrij

Heet was het in de lusttuin vol poëten
Te Deventer. Ook ik was daar gevraagd
Je zag er dichters uit hun jasje zweten
Het was er heet, en verder zeer geslaagd

Met naar mijn mening vele hoogtepunten
Maar toch het diepst nam ik mijn petje af
(Nog nooit had ik een dichter zo zien stunten)
Voor de encore die Gerrit Komrij gaf 

Na afloop om een tafel aangeschoven
Het zat erop. We hieven blij ons glas
Toen plotsklaps iets de deur kwam door gestoven
Te snel om te bevatten wat het was

Een dolle stier? Misschien een bliksemschicht
Of een locomotief? Een triatleet?
Een kruisraket? Ach nee, het was een dichter
Een soort komeet die doorgaans Komrij heet

En die zoals hij naderhand beweerde
De drempel iets te laag had ingeschat
Hij struikelde vooruit, katapulteerde
Zichzelf en alles wat hij in zich had

‘Ai, ongelukkige!’ slaakten er stemmen
Ik greep nog naar de pandjes van zijn jas
Maar onze dichter viel niet af te remmen
Hij gaf zich leek het wel zelfs extra gas

Hoofd recht vooruit, en onverschrokken
De rug gekromd zijn noodlot tegemoet
Zo’n vacuüm in Portugal getrokken
En daar had nooit een bosbrand meer gewoed

Het waren zonnebloemen in een emmer
Op een manshoge sokkel neergezet
Die Gerrits noodgang goddank konden stremmen
En Neerlands poëzie hebben gered

Wat pips aan tafel, heel de zaak kletsnat
Maar Gerrit die bestond het te beweren
Bedolven onder bloemen: ‘Zag je dat?
Dat is nou wat ik noem jezelf lanceren!’

2004


In zijn verantwoording van dit gedicht schreef Huub van der Lubbe:
Een paar maal heb ik als zanger en dichter opgetreden op Het Tuinfeest, het geweldige poëziefestival dat elke zomer wordt georganiseerd in de oude binnenstad van Deventer. De in het gedicht beschreven gebeurtenis speelt in het restaurant van Theater Bouwkunde op zaterdagavond 2 augustus 2004.

In Het Bouwkunde-boek komt hij er nog op terug.

Archief 2021