Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20222021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 49 - 237. Anne Vegter: Mijn armoede

woensdag 08 december 2021

Ik wachtte in mijn laatste jurk op het schoolplein. 
Een moeder vroeg hoe ik het maakte. 
En er was oploskoffie. 
Ik werd onzeker, koos geen antwoord 
uit angst voor mijn antwoord. 
Er is een verband tussen geheugen en openstaande rekeningen. 
Mijn zoon was al uit, naar bleek. 
Hij had zijn schoenen geruild voor nieuwe spelletjes, 
het waren merkschoenen. De opvang was dicht. 
Ineens een glimp van God. 
Thuis dronk ik online de nacht leeg 
in het oneven licht van mijn geleende koelkast. 
Weer die wanhoop. Waar moest ik mijn beslissing van betalen? 

2016


Geschreven t.g.v. Wereldarmoededag en gepubliceerd in het magazine Quiet 500, om stille armoede in Nederland te belichten. 

Anne Vegter, in gesprek met Hester van Hasselt, in Een mogelijk begin van veel: Dit gedicht is goed gelukt, dit vind ik zelf mooi. Als je vraagt hoe ik door wil: nou zo. Ik hoef niet langer te kiezen tussen engagement en kunstenaarschap. Als ik zo kan blijven schrijven ben ik door mijn taak als Dichter des Vaderlands helderder geworden dan ooit. 

Archief 2021