Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 37 - 191. Gerard Cox: Voor mijn dochtertje

dinsdag 14 september 2021

O schat, er komt een dag, ik moet er niet aan denken,
het leven zal je wenken, dan zeg je ons gedag.
O schat, er komt een dag dat ‘k met je moeder samen
zal sloffen door de straat en o als je ons dan eens zag.
We komen 's avonds thuis, waar ‘t droevig is en leeg,
dat eenzaam klinkt en koud, zonder jouw blije lach.

En jij, jij weet van niks, jij ziet mijn tranen niet,
jouw ogen glanzen blij, jij hunkert en geniet.
En ik, ik hou me goed, ik kleur je dag in goud,
zoals een vader doet, wanneer zijn dochter trouwt.

De tanden op elkaar leid ik je aan mijn arm
het huis uit door de rij van vrienden en van buren
de grote auto in, en binnen enk’le uren
geef ik je weg aan iemand van wie je zei: ik wil hem.
En als je hem dan neemt, zul j’onze naam verliezen
en een andere verkiezen die ik nu nog niet ken…

Ik weet dat op die dag je jeugd is afgelopen,
dan gaat je kooitje open naar de tijd dat alles mag.
Ik weet ’t wel, die dag zal ‘k als een klok doen klinken,
de glazen zullen blinken en iedereen lacht…
Maar eenzaam met je moeder ben ik van dan af oud,
of ‘t zomer is of winter, wij hebben ‘t altijd koud.

En hij, die vuile dief, die minnaar met talent,
die niets heeft hoeven doen om je te maken wie je bent,
de helft van ons geluk steelt-ie bij ons vandaan
en, wat nog erger is, de helft van ons bestaan.

Die vreemde zonder naam of gezicht, God, wat haat ik die vent,
maar toch, als hij voor jou wil zorgen,
dan laat ik ‘m erin, houd mijn verdriet verborgen,
dan speel ik wel de gastheer die 'm hartelijk onthaalt.
Voor ‘t laatst ben ik, die dag, de man op wie jij bouwde,
wat zal ik van je houden, de dag dat hij je haalt…

1974


Wat een geweldige ode aan de muziek, met (figuurlijk) grote zangers en (letterlijk en figuurlijk) die grote Sven Hammond Big Band. De poëzie komt minder tot haar recht door het format waarin Joost Prinsen is geperst, maar… de muziek. 
Ik heb het over Matthijs gaat door, het nieuwe, niet dagelijkse, maar wekelijkse tv-programma van Matthijs van Nieuwkerk. 
A ma fille is een van de favoriete chansons van de presentator en Charles Aznavour-kenner. Hij wist dat Gerard Cox het in de jaren zeventig zong in eigen vertaling. Of die Voor mijn dochtertje anno 2021 nog eens wilde zingen? Dat wilde en deed hij. Zie hier.

Zwaar onderschatte chansonnier, Gerard Cox. Daar moet ik het binnenkort maar eens uitvoeriger over gaan hebben. 

Archief 2021