Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 36 - 189. Drs. P: Dodenrit

vrijdag 10 september 2021

[Kijk en luister hier.]


We rijden met de troika door het eindeloze woud
Het vriest een graad of dertig, het is winter en vrij koud
De paardenhoeven knersen in de pas gevallen sneeuw
't Is avond in Siberië en nergens is een leeuw

We rijden met de kinderen, al zijn ze nog wat jong
Door 't eindeloze woud, waarover ik zoëven zong
Een lommerrijk en zeer onoverzichtelijk terrein
Waarin men zich gelukkig prijst dat er geen leeuwen zijn

We zijn op weg naar Omsk, maar de weg daarheen is lang
En daarom vullen wij de tijd met feestelijk gezang
Intussen gaat zich iets bewegen in de achtergrond
Iets donkers en iets talrijks en dat lijkt me ongezond

Ze zijn nog vrij ver achter ons, ik zie ze echter wel
Het is een hele massa en ze lopen nogal snel
En door ons achterna te lopen halen zij ons in
Wat onvoordelig uit kan pakken voor een jong gezin

De donkere gedaanten zijn bijzonder vlug ter been
Ze lopen op vier poten en ze kijken heel gemeen
Ze hebben grote tanden, dat is duidelijk te zien
Het zijn waarschijnlijk wolven en kwaadaardig bovendien

Al is de toestand zorgelijk, ik raak niet in paniek
Ik houd de moed erin door middel van de volksmuziek
We kennen onze bundel en we zingen heel wat af
Terwijl de wolven nader komen in gestrekte draf

Het is van hier naar Omsk nog een kleine honderd werst
't Is prettig dat de paarden net vanmiddag zijn ververst
Maar jammer dat de wolven ons toch hebben ingehaald
Men ziet de flinke eetlust die hun uit de ogen straalt

We doen heel onbekommerd en we zingen continu
Toch moet er iets gebeuren onder moeders paraplu
En zonder op te vallen overleg ik met mijn vrouw
‘Wie moet er aan geloven?’, vraag ik. "Toe, bedenk eens gauw!’

‘Moet Igor het maar wezen?’ ‘Nee, want Igor speelt viool’
‘Wat vind je van Natasja?’ ‘Maar die leert zo goed op school…’
‘En Sonja dan?’ ‘Nee, Sonja niet, zij heeft een mooie alt’
Zodat de keus tenslotte op de kleine Pjotr valt

Dus onder het gezang pak ik het ventje handig beet
Daar vliegt hij uit de troika met een griezelige kreet
De wolven hebben alle aandacht voor die lekkernij
Nog vierentachtig werst en o wat zijn wij heden blij

We mogen Pjotr wel waarderen om zijn eetbaarheid
Want daardoor raken wij die troep voorlopig even kwijt
Zo jagen wij maar voort als in een gruwelijke droom…
Ajo, ajo, ajo, al in die hoge klapperboom

Daar klinkt weer dat gehuil en onze hoop is weer verscheurd
De wolven zijn terug en nu is Sonja aan de beurt
Daar gaat het arme kind, zij was zo vrolijk en zo braaf
Nog achtenzestig werst en in Den Haag daar woont een graaf

Ik zit nog na te peinzen en mijn vrouw stort meen'ge traan
En kijk, daar komen achter ons die wolven al weer aan
Dus Igor, 't is wel spijtig, maar jij wordt geen virtuoos
Nog tweeënvijftig werst en daar was laatst een meisje loos

Nu Igor is verwijderd hebben wij weer even rust
Maar nee, daar zijn de wolven weer, op nog een prak belust
De doodskreet van Natasha snijdt ons pijnlijk door de ziel
Nog zesendertig werst en in een blauwgeruite kiel

Mijn vrouw en ik zijn over, dus we zingen een duet
En als het even mee wil zitten, halen we het net
Helaas, ik moet haar afstaan aan de hongerige troep…
Nu nog maar twintig werst en hoeperdepoep zat op de stoep

Ik zing nu weer wat lustiger, want Omsk komt in zicht
Ik maak een sprong van blijdschap en verlies mijn evenwicht
Terwijl de wolven mij verslinden, denk ik: dat is pech
Ja, Omsk is een mooie stad, maar net iets te ver weg

Troika hier, troika daar
Ja, je ziet er veel dit jaar
Troika hier, troika daar
Overal zit paardenhaar
Troika hier, troika daar
Steeds uit voorraad leverbaar
Troika hier, troika daar
Zachtjes snort de samovar
Troika hier, troika daar
Met een Slavisch handgebaar
Troika hier, troika daar
Doe het zelf met naald en schaar
Troika hier, troika daar
Is dat nu niet wonderbaar?
Troika hier, troika daar
Twee halfom en één tartaar
Troika hier, troika daar
Een liefdadigheidsbazaar
Troika hier, troika daar
Hulde aan het gouden paar
Foei, hoe suffend staat gij daar!
Troika hier, troika daar
Moeder, is de koffie klaar?
Troika hier, troika daar
Kijk, daar loopt een adelaar
Troika hier, troika daar
Is hier ook een abattoir?
Troika hier, troika daar
Basgitaar en klapsigaar
Troika hier, troika daar
Flinkgebouwde weduwnaar
Troika hier, troika daar
Leve onze goede Czar!

1974


Heel mooie reacties op internet naar aanleiding van de idioterie rond de heruitgave van Allerlei ontucht van Drs. P uit 1971. Heel mooie reacties, zoals deze:
Omdat we geen reet van de ophef begrijpen, doen we maar een liedje, waarin allerlei kinderen gruwelijk worden opgevoerd aan de wolven. Deze tekst dus, uit dezelfde tijd (1974)!

Archief 2021