Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 35 - 187. Gershwin Bonevacia: City of God

zaterdag 04 september 2021

Kevin verkoopt illegale dvd’s
op een dag koop je The Lord of the Rings
maar krijgt Cidade de Deus
het zal een van je favoriete films worden
de hoofdpersoon heet Buscapé
hij lijkt op jou
luistert niet naar mensen als ze praten
maar als ze uitgesproken zijn
          Gush, jij weet niks van drugs
          wordt ouder dan zestien
          toch voeren jullie dezelfde strijd
kunstenaar worden is namelijk fulltime onzeker zijn
vluchten is niet als jezelf durven bestaan
Buscapé krijgt een kind, als jij een kind krijgt wil je ouder zijn
Buscapé heeft een engel
jij wil een engel die vast kan houden wie je bent
een engel die belooft jou terug te geven als jij jou nodig hebt
          Kevin verkoopt nog best lang dvd’s
          dan stapt hij over op coke

2021


Mooi, lang interview (door Sander Becker) met dichter Gershwin Bonevacia in Trouw (vrijdag 27 augustus). Dit naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwe dichtbundel. Ik citeer uit het eerste deel:

Het contrast kon haast niet groter. Zijn nieuwe dichtbundel gaat over de armoede en ellende uit zijn jeugd. Maar moet je Gershwin Bonevacia nú zien. […] Boven een kop muntthee met honing bevestigt Bonevacia (28) dat het uitstekend met hem gaat. “Ik hoef niet meer in de Starbucks te zitten, ik klap nu híer mijn laptop open”, zegt hij met een brede glimlach. Aan erkenning ontbreekt het hem ook niet meer. Sinds tweeënhalf jaar is hij stadsdichter van Amsterdam. In Das Mag heeft hij een vaste uitgever gevonden, hij treedt overal op als spoken-wordartiest en in september verschijnt zijn vertaling van het kinderboek Change Sings van zijn beroemde Amerikaanse collega Amanda Gorman.

Maar toch, je verleden schud je niet van je af. Het zit in je. Vroeg of laat kom je het ergens tegen, of je nou wil of niet. Bij Bonevacia gebeurde het een paar jaar geleden. Toen stuitte hij bij toeval op een oude foto van zichzelf. Hij tovert het beeld tevoorschijn op zijn mobiele telefoon. Een ingetogen jongetje van elf jaar blikt gelaten in de camera. Om zijn nek hangt een gouden schakelketting, zijn vingers maken het V-gebaar en op zijn zwarte T-shirt en dito hoofdband staat het logo van de honkbalclub New York Yankees. “Ik herkende heel weinig van die jongen”, zegt Bonevacia bedrukt. “Ik voelde geen verbinding. Ik dacht zelfs bijna: wie ís dat? Wat gaat er in vredesnaam in hem om?”






Het doet uiteraard pijn als je zo bent afgedreven van wie je ooit was. Maar de nieuwsgierigheid won. Bonevacia ging op zoek naar dat jongetje van vroeger, via gesprekken met zijn ouders, leerkrachten en anderen die hem als kind hadden gekend. Terug naar Gush, zoals zijn koosnaam destijds luidde – een afkorting van Gershwin.
De zoektocht heeft geresulteerd in Bonevacia’s tweede bundel, Toen ik klein was, was ik niet bang. “Deze is veel persoonlijker dan mijn eerste”, zegt hij. “Kwetsbaar en dichtbij.” Ook vormtechnisch is het een vernieuwing. “Ik wilde me transformeren van een spoken-wordartiest naar een dichter van geschreven poëzie. Daarom ben ik veel andere dichters gaan lezen en heb ik mijn gedichten heel vaak heen en weer gestuurd naar de uitgever. Tegelijk wilde ik mijn eigen stijl behouden: eenvoudig maar niet simplistisch, vanuit de urban-cultuur. Het was een lastige reis, maar ook een mooie.”







Vooral de inhoudelijke zoektocht was spannend. In de gedichten treedt Bonevacia in dialoog met zijn tienjarige ik. Het jongetje was toen net met zijn ouders verhuisd van Curaçao naar Rotterdam-Zuid. In eenvoudige taal haalt de dichter herinneringen op aan zijn schooljaren, de buurt en zijn familie.
De beschreven scènes zijn soms grappig, bijvoorbeeld wanneer alle leerlingen tijdens het kerstdiner op de witte basisschool appelmoes, poffertjes en snert meenemen en Gush als enige komt aanzetten met banana hasakabritu stoba en pandushi. Maar de bundel gaat vooral over een gebroken gezin, over de last van anders zijn, over uitsluiting en vernedering.
“Ik ben best onveilig opgegroeid”, licht Bonevacia toe. “Ik had weinig houvast met een alleenstaande, laaggeschoolde moeder en een vader die niet bij ons woonde. Er waren thuis veel taboes, bijvoorbeeld over armoede. Als de elektriciteit was afgesloten, moest je dat uit schaamte verborgen houden. In de buurt trok ik op met jongens die qua sociale klasse en huidskleur op mij leken. Rond hun elfde begonnen veel vrienden met criminaliteit. Negen op de tien jongens zijn daardoor beschadigd geraakt. Sommigen zijn zelfs vermoord.”

De criminele ontsporing was meestal het gevolg van armoede, schetst Bonevacia in zijn poëzie. Hij licht toe: “Iedereen gaat op schoolreisje, maar jij kan niet mee omdat honderd euro te veel is. Of de contributie van voetbal is niet betaald. Dat is zo pijnlijk. Op een gegeven moment ga je dat geld dan zelf regelen. De jongens die de verkeerde kant op gingen, hadden met de juiste support ook kunnen worden wat ik nu ben. In plaats daarvan raakten ze betrokken bij steekpartijen. Ze liepen ‘geladen’ rond en werden roekeloos.”

Bonevacia’s geluk was dat hij een welgestelde vader had: een academicus met een goede baan bij de reclassering. Die was altijd een financiële steun. Toch hadden ze het thuis niet breed. Zijn ouders waren kort na aankomst in Nederland gescheiden; het botste hevig tussen hen en zijn moeder wilde geen geld van haar ex aannemen. Het gezin belandde ‘in de onderste laag van de piramide’, aldus Bonevacia. Toen hij vijftien was, werden ze zelfs uit hun huurhuis gezet vanwege oplopende schulden.
Behalve door armoede werd het leven van de jonge Gush ook getekend door discriminatie. “Op mijn tiende kwam ik erachter dat ik zwart was”, vertelt Bonevacia. Op Curaçao was dat nooit opgevallen, want daar was iederéén zwart. Maar in Rotterdam belandde hij op een witte school. “Ik voelde aan alles dat ik anders was en dat er voor mij andere regels golden.” Meezingen in de afscheidsmusical? Nee, helaas, zo lees je in het openingsgedicht van de bundel. Het leek de leraar passender als Gush een zwarte rapper playbackte.


Met dat gedicht sluit ik af:

Groep 8

Gush, de afscheidsmusical gaat over pizza’s
jij krijgt geen rol, want je houdt niet van pizza
althans dat zegt meester Sacha
wel mag je de nieuwe hit van 50 Cent playbacken

I’ll take you to the candy shop
I’ll let you lick the lollipop
Go ‘head girl don’t you stop
Keep going ‘til you hit the spot, whoa

iedereen is trots op je zelfs meester Sacha
hij zegt had ik ook maar zo’n overdreven grote Evisu-jeans
          dat is een metafoor
je broek is lelijk

jaren later stuurt hij jou een vriendschapsverzoek via Facebook
hij zal schrijven ik ben blij dat je rapper bent geworden.

Archief 2021