Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 32 - 180. K. Schippers: De autobezitter

donderdag 12 augustus 2021

Er stapt een man in een auto
verricht de nodige handelingen
voor het rijden
en rijdt
daarna
dan ook
inderdaad weg.

1959


Lees ook hier.


John Schoorl schreef een prachtig stuk ter gelegenheid van het verschijnen van het boek van Toef Jaeger over Barbarber. Het stond 16 juli in de Volkskrant. Enkele citaten:

Het was vorige week vrijdag dat K. Schippers niet meeging naar het Literatuurmuseum. Hij nam niet de trein naar Den Haag, vanaf het Centraal Station in Amsterdam, waar hij met de metro niet was gekomen. Hij had niet voor onderweg twee bruine boterhammen met kaas meegenomen, en een kan koffie. Om te kijken wat er allemaal was, tussen Den Haag en Amsterdam, keek K. Schippers, een kijker van formaat, niet naar buiten.
K. Schippers was er niet bij, omdat hij er niet bij was, maar in het ziekenhuis ligt. Om gezondheidsredenen, zeg je dan. […] 
De reis naar Den Haag had te maken met Barbarber (BBB), het lijpe tijdschrift dat hij in de jaren vijftig samen met zijn beste vrienden oprichtte, G. Brands (Gerard Bron) en J. Bernlef (Henk Marsman). Over ‘verreweg het gekste blad op aarde’, zoals Simon Carmiggelt het noemde, valt veel te zeggen, en veel te grinniken, en Toef Jaeger schreef er een zwierig boek over, De jongens van Barbarber – Hoe een vriendschap het literaire landschap veranderde.








K. Schippers had jarenlang de inhoud van zeven kartonnen dozen in zijn huis in Amsterdam staan, in een kast op de gang. Dat waren brieven, teksten, knipsels, foto’s, nog meer brieven, andere knipsels en heel veel teksten en ook wel foto’s. Die zaten in mappen, en in grote enveloppen, of bij elkaar gehouden door elastiekjes. Dat was het Barbarber-archief, wat niet zo heette, maar het wel was.
Zeven dozen bevonden zich vorige week vrijdag op lange tafels in de studiezaal en K. Schippers, het enige nog levende redactielid, was er niet bij om ze te openen en iets onzinnigs zinnigs erover te zeggen. Hij zag niet dat er een man met een bril en een ringbaard erop toezag dat het archief niet werd geplunderd of leeggeroofd. Die man had een koptelefoon op, en loerde naar zijn laptop. Hij zat achter een plastic scherm waarop een tekst was te lezen, die door K. Schippers onmiddellijk als een excellente poëtische bijdrage voor Barbarber zou zijn gezien:

Wifi
Netwerk: vergader
Wachtwoord:
Shakespeare1564

Over dat archief, wat niet echt een archief is, moet ook nog worden gezegd dat het geruime tijd op de zolder van de ouders van T. Jaeger stond. Jaeger nam het beetje voor beetje mee en had de pech (of geluk, het is maar net hoe je het ziet) dat er lekkage was op de zolder van haar ouders. Er vergeelde het een en ander en raakte beschimmeld. Toen ze het K. Schippers per e-mail liet weten – besmuikt, beschaamd – was zijn reactie: ‘Treur er maar niet te veel om, zo zit een en ander soms in elkaar, zonder slot of zin.’ Nadat K. Schippers ook met eigen ogen de beschadiging had vastgesteld, zei hij: ‘Barbarber is nog steeds in beweging, de tijd laat letterlijk zijn sporen na.’

Barbarber zou eigenlijk Rabarber heten. Tenminste, dat stelde een Haagse kennis voor aan de drie vrienden, eind jaren vijftig. Een naam van niks, vonden ze, en toen G. Brands tijdens een fietstocht met K. Schippers het verkeerd uitsprak, was de definitieve naam geboren: Barbarber. Ook geestig om te vermelden is dat K. Schippers en G. Brands heel graag heel langzaam fietsten, om zo lang mogelijk te kunnen ouwehoeren.
Het blad, dat een smal formaat had, bestond tot 1971 en er verschenen negentig edities, inclusief een speciale Barbarber-wijnfles en -alfabet. Je zou het blad dadaïstisch kunnen noemen, of absurdistisch. Uit het verband gehaalde teksten uit het alledaagse werden afgedrukt. Deze heetten readymades. Iets wat er al is, wordt iets anders, in een andere context. Het urinoir van Marcel Duchamp, maar dan op papier. Ook de pointeloze grap, en het totale gebrek aan ernst (en boosheid en drama).

Waarom begin ik er een maand later over? Omdat K. Schippers vandaag is overleden. En omdat dat boek van Toef Jaeger precies op tijd is gekomen. K. Schippers heeft het niet niet meer kunnen lezen.  

Archief 2021