Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 31 - 177. Hans Lodeizen: Brief van boord

vrijdag 06 augustus 2021

[Beluister hier.]


hoe zwaar zijn onze ogen nu
de bruiloft van hart en handen is mislukt
hoe langzaam hebben wij de zee
toegewoven, maanden lang, maanden lang

overmorgen komen wij in Tampico 
aan; daar zal de zee stilstaan en wij zullen
uit haar stappen als uit een koets
o land, o herberg voor mijn dromen

in de schommel van de wind lig
ik dromend over muziek en gedans
in de dauwdrop van de maan leef
ik en verzin een hemel van sterren

wij gaan met 13 knoop naar Tampico.

1949


Trouw, 3 maart 1995

Frank Verhallen

ROMANTICUS ROT DWINGT SYMPATHIE AF

Popzanger Jan Rot werd cabaretier, maar ook weer niet echt en in elk geval slechts tijdelijk. Met zijn derde theatersolo sluit hij weer een artistieke fase af.

Toen Jan Rot in 1991 de overstap maakte van ‘jeugdhonk naar theaterpluche’ besloot hij drie soloprogramma’s te maken die samen een drieluik zouden vormen. 
Het eerste was het meest anekdotische. Het handelde over de popmuzikant die tien jaar met zijn band door het land trok en nu voor het theater had gekozen.
Met het tweede, veel kwetsbaardere programma ging hij een stap verder. Daarin ging hij op ‘zelfonderzoek’. Hij vroeg zich bovenal af wat hem als dichter-zanger nu eigenlijk beweegt om op een theaterpodium te gaan staan. 
Met zijn derde, meest persoonlijke solovoorstelling sluit hij deze theatertrilogie nu af. Dat kan ook niet anders, want alles is gezegd. Hij heeft zijn geschiedenis geschreven, zijn drijfveren blootgelegd en na deze anamnese en diagnose rest nog slechts de genezende therapie.







Bij Jan Rot is dat de louterende conclusie dat de theaterillusie die hij op het podium tot stand brengt hem zo bevalt, omdat die hem twee keer drie kwartier per dag gelukkig maakt. “En dat is nog altijd meer dan de meeste mensen kunnen zeggen.”
Is Jan Rot dan zo ongelukkig? Ja en nee. Hij is een romanticus pur sang. Niet bijster veel mensen herkennen zich in de gemoedsstemmingen die ‘ons soort mensen’ treffen. In Hard zingend in het donker omschrijft hij die gevoelens met het voorbeeld van iemand die ’s morgens resoluut de telefoonstekker eruit trekt en ’s avonds treurig constateert dat er wéér niemand belde. Later refereert hij aan een ander paradoxaal voorbeeld, waarin ik mijzelf maar al te goed herken. Je laat, hoe onbewust ook, liefdes stranden, omdat samenleven met iemand van wie je houdt al met al toch een minder aangenaam gevoel blijkt dan het missen van diezelfde persoon.
Door zich over deze en nog veel persoonlijker zaken zo schaamteloos openhartig uit te laten, wenden sommigen zich geërgerd of geschokt van hem af. Ook op de premièreavond vertrokken enkele tientallen bezoekers in de pauze. Anderen lachen te hard om hem en veronderstellen ten onrechte dat hij een camp-artiest is, die slechte smaak handig tot kunst verheft. Maar bij wie hem beter kent, bijvoorbeeld van zijn vorige programma’s en zijn cd’s, dwingt hij vooral sympathie en bewondering af met zijn intieme ‘betekenis’-cabaret.

Centraal staat het verhaal van zijn stamkroeg, waar hij, op zijn eenzaamst na de euforie van het theateroptreden, jonge jongens tracht te versieren. Bovenal voor de seks, maar ook uit behoefte aan de geborgenheid van een gezellig broertje [*]. Binnen dit verhaal vertelt hij andere anekdotes, zoals over het lichamelijk verval dat de 37-jarige artiest al overkomt. Zeer grappig en ontroerend soms, vooral doordat hij een uitgekiend spel speelt met ‘fictief-autobiografische’ feiten rond de dichter-zanger en de persoon Jan Rot, waarin hij veel aardige statements plaats.
De mooiste acteerscène, waarin hij een oudere pedofiel portretteert, is beklemmend. Zijn liedjes, waaronder fraai getoonzette poëzie van Bloem en Lodeizen, heeft hij per programma meer tot bijzaak gemaakt. Daardoor gaapt er inmiddels zelfs een behoorlijk gat tussen de popzanger die hij was (en op zijn cd’s nog is) en de cabaretier die na dit programma verleden tijd zal zijn. Wat zou hij hierna eigenlijk gaan doen?

Tournee t/m mei 1996. Nog t/m zondag in De Kleine Komedie, Amsterdam.

[*] Jan Rot: Na mijn veertigste ga ik terug naar de meisjes, trouwen en kinderen krijgen. Hij houdt woord, ontmoet in 1998 Daan en zij krijgen vier kinderen.


Vervolg van hier.


Archief 2021