Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 21 - 138. Marieke Lucas Rijneveld: De boezem...

zondag 23 mei 2021

De boezem die het polderwater opslaat, zoals oma
haar omhelzingen bewaarde, alleen als de tranen
boven het waterpeil kwamen, opende ze kort haar
armsluizen. Iedere ochtend nam ze haar zwempak
mee en keek hoe de brug haar buik inhield voor
schaatsers, ze zei: ‘De winter heeft last van
vissersgeduld, zelfs de molen staat er verstijfd bij
en wie zijn wij, twee piraten op zoek naar een wak
voor het schip.’ Daarna in het gras, koetjesrepen uit
haar tas en niemand die de stilte wilde verklikken.

2017

 
Ik zie het gedicht bijna elke dag, wanneer ik in Streefkerk, in natuurgebied De Donkse Laagten, de fietsbrug over de Lage Boezem oversteek om met de honden te gaan wandelen. Het is de elfde plaquette van de Dichter bij de Polder-reeks in de Alblasserwaard. Gestart tussen 2003 en 2006 met vijf plaquettes, weer opgepakt tussen 2013 en 2019 (elf) en vol gas voortgezet in 2020 (zeven) en 2021. Dit jaar zijn er alweer twee geplaatst en volgen er nog vijf. Het is een geweldig initiatief van de Lions Club Alblasserswaard, die daarmee – ik citeer – de schoonheid van het woon- en werkgebied accentueren en zo een bijdrage leveren aan de beleving van de Alblasserwaardse polder





Er is een literaire fietstocht tussen de molens, oude boerderijen en weilanden met verwijzing naar die gedichten – alle in brons gegoten en op lage sokkels geplaatst. Werk van onder anderen Jana Beranová, Anne Brassinga, Tsead Bruinja, Jan Eijkelboom, Radna Fabias, Hester Knibbe, Neeltje Maria Min, Roelof ten Napel, Willem Jan Otten, Ester Naomi Perquin, Saskia Stehouwer, Willem van Toorn en Anne Vegter. Van de geplaatste vijfentwintig zijn er maar liefst veertien van dichteressen. Nog een citaat: De gedichten nodigen de voorbijganger uit om even stil te staan, te lezen en door de ogen van de dichter naar de omgeving te kijken. Met andere ogen dus, waardoor je vanzelf anders gaat kijken.

In het Alblasserbos lees ik het gedicht van Anna Enquist; in en aan de Donkse Laagten die van Vicky Francken, Ad Zuiderent en het vandaagse van Marieke (in 2017 nog zonder ‘Lucas’) Rijneveld dus. Naar de andere polderpoëzie – de meest oostelijke plaquette halverwege het fietspad van Ottoland naar Groot-Ammers; de twee meest westelijke in het molendorp Kinderdijk – ga ik natuurlijk op zoek.

Archief 2021