Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 19 - 129. Annie M.G. Schmidt: Water bij de wijn

maandag 10 mei 2021
[Kijk en luister hier.]



Zo'n jongen nou als Piet, 
een intellectueel,
hij had niet zoveel eisen, 
hij wou niet eens zo veel,
gewoon een beetje reizen, 
de Balkan door of zo,
of een keer met een vrachtschip 
naar de Golf van Mexico.
Maar Ansje z'n verloofde,
die zei: "Da's niks gedaan.
Je moet solliciteren.
Hier staat een goeie baan.”

“Kijk eens, Piet, er staat een uitstekende baan voor jou in de krant. ‘Dynamisch bedrijf zoekt creatieve medewerker, die belast zal worden met het leggen van contacten in de soepsector.’ O, Piet, dat is echt iets voor jou.”
 
Ze had gelijk en dus zei Piet:
"Nou dan maar niet."
Zoals wij allemaal, dat ligt zo in de lijn.
Je doet gewoon een beetje water bij de wijn.

‘t Bedrijf was heel dynamisch
en Piet was creatief.
Vakantie van drie weken; 
hij zei: "Oh asjeblief.
O, laten we gaan trekken,
Zuid-Spanje door of zo.
Of met een Ité-vliegtuig 
naar de Golf van Mexico."
Maar Ansje zei: "Da’s onzin. 
De kinderen gaan mee.
Jan-Kees is wagenziek en Loes 
allergisch voor de zee.

En luister no eens, Piet. Laten we nou in januari al het pension bespreken in Lochem voor augustus, waar mijn zwager Gerard ook altijd gaat. Dat is reuze keurig en dan weet je tenminste wat je hebt…”

Ze had gelijk en dus zei Piet
"Nou dan maar niet."
Zoals wij allemaal. En Lochem is ook fijn.
Je doet alweer een beetje water bij de wijn.

Maar op een keer in juni,
gewoon maar zo op straat,
ontmoette hij Heleentje. 
Ze kwam vijf jaar te laat.
Ze had iets heel bijzonders.
Ze was niet zo maar zo.
Ze had in haar figuur 
de hele Golf van Mexico.

Hij kon zo met haar meegaan. 
Ze was van hem alleen.
Maar ja, Piet, die had kinderen, 
en weggaan was, vond-ie, gemeen.

Ja, dacht Piet, weggaan is wel gemeen. En dat gelazer om de alimentatie. En je kinderen, die je maar eens in de maand te zien krijgt, worden toch maar tegen je opgezet, nee…
 
Zo zat dat dan en dus zei Piet:
"Ik kan ’t niet."
Zoals wij allemaal; dat is bekend terrein.
Je doet enorme scheuten water bij de wijn.

't Ging in de sector goed
en Piet klom langzaam op,
hij legde soepcontacten.
Hij was haast in de top.
Jan-Kees moest gaan studeren.
Ze wouen oliestook.
Hij werkte heel de zaterdag
en zondagsavonds ook.
Als resultaat kreeg Ansje 
een persianer-pat
en hij een grote maagzweer.
Ziezo, en dat was dat.

En toen hij in' het ziekenhuis vernam dat zijn zwager Gerard hoofd was geworden van de soepsector in plaats van hij, toen nam hij van het nachtkastje de bijbel en las daarin: "Alles is ijdelheid", dat was de Prediker die dat zei…

Die had gelijk en dus zei Piet:
"Nou dan maar niet."
Zoals wij allemaal, dat ligt zo in de lijn.
Je doet alweer een beetje water bij de wijn.

De kinderen zijn de deur uit, 
Piet is alleen met Ans
In een verzorgingsflatje.
Ze drinken jus d'orange.
Ze kijken televisie. 
Ze vinden 't maar zozo…
Soms komt er in het nieuws 
een stukkie Golf van Mexico.
Dan zegt hij: "Ik was daar altijd 
zo graag eens heen gegaan."
En zij zegt: "Als je fut gehad had,
dan had je dat ook wel gedaan.

Nee, dan mijn zwager Gerard, die gaat volgende week op een wereldcruise, maar ja, die heeft dan ook fut gehad.” 

En toen zei Piet: "Zo is 't maar net.
Ik ga naar bed.

Wat zei je, Ans? Ja, ik loop weer op de achterkant van mijn schoenen; ik weet het. Het is een afschuwelijke gewoonte van me. Ik zal ze uitdoen en ik zal ze in mijn hand nemen. Ja, ik weet het, Ans. Ik weet het nu al vijfendertig jaar: het zeil gaat eraan!

Welterusten, Ansje.”

En dan komt Magere Hein;
die doet het laatste scheutje water bij de wijn.

1965


Omdat het in het logboek over Annie M.G. Schmidt gaat, ook in deze rubriek een ode aan deze Grote Dame! En aan een Grote Vertolker van haar werk: Wim Sonneveld.


Archief 2021