Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 20212020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 16 - 110. Willem Elsschot: Van der Lubbe

dinsdag 20 april 2021

                             Aan Simon Vestdijk 

Jongen, met je wankel hoofd
aan de beul vooruit beloofd,
toen je daar je lot verbeidde
stond ik wenend aan je zijde.

De operette duurde lang:
van het wraakhof naar ’t gevang,
van ’t gevang weer naar bet hof
in de boeien van den mof.

Veertig haarden dorst je onsteken,
duizend haarden zou men wreken,
maar je beulen stonden paf
toen je zweeg tot in je graf.

Dokters, rechters, procureuren,
allen zijn je komen keuren,
allen vonden je perfect,
en toen heeft men je genekt.

’t Had de Koningin behaagd
dat je gratie werd gevraagd,
maar voor zulk een vieze jongen
wordt meestal niet aangedrongen.

Lang heeft men geprakkezeerd
wat een mens het meest onteert,
hangen, branden, vierendelen
of gewoon als varken kelen.

Toen heeft men het mes gekozen
om je toch eens te doen blozen,
want zo’n gala met wat bloed
doet een hakenkruiser goed.

Jongenlief, zoals je ziet.
Leiden krijgt je resten niet
Hitler laat zich niets ontrukken
want hij houdt van die twee stukken.

Holland vraagt nu onverdroten
of je niets werd ingespoten,
maar die vuige, laffe moord
vindt het minder ongehoord.

Laat het stikken in zijn centen,
in zijn kaas en in zijn krenten,
in zijn helden, als daar zijn:
Tromp, De Ruyter en Piet Hein.

Moog je geest in Leipzig spoken
tot die gruwel wordt gewroken,
tot je beulen, groot en klein,
door den Rus vernietigd zijn.

1934


Er is een nieuwe uitgave van het Verzameld werk van Willem Elsschot (pseudoniem van Alphons de Ridder, 1882-1960), bezorgd en toegelicht door Peter de Bruijn. Elsschots mooiste gedichten zijn al te vinden in deze rubriek (lees hier en hier). 






Peter de Bruijn over de gedichtkeuze van vandaag:
Dit gedicht werd geschreven naar aanleiding van de onthoofding van Marinus van der Lubbe door de nazi’s op 10 januari 1934 te Leipzig. De Nederlandse communist was veroordeeld wegens brandstichting in de Rijksdag te Berlijn op 27 februari 1933. Elsschot schreef aan Jan Greshoff: ‘Die ongehoorde schanddaad mocht toch het verleden niet ingaan zonder dat een van ons daar het zijne over schreef, vind je niet? ’t Is maar voor het geslacht dat komen moet zie je.’ Elsschot stond het gedicht af aan het tijdschrift Forum, dat het evenwel niet publiceerde. Pas in 1946 zou het een plaats krijgen in de derde druk van Verzen, opgedragen aan Simon Vestdijk, die in 1934 eveneens het zijne over Van der Lubbe had geschreven. (‘Grafschrift’, dat in tegenstelling tot Elsschots gedicht wel in Forum was opgenomen.)

Grafschrift


Zijn kop was te Mongools voor deze lage landen,
En voor het licht waren zijn ogen veel te dof.
Ook ongeboeid hield hij stijf uitgestrekt zijn handen,
En werd zelfs nog uitgevloekt door Dimitroff [*],

Die anders toch zo weerzinwekkend grof
Zijn geestverwanten niet pleegt aan te randen!
Dan was er nog een graaf, die riep: ‘Je kop op, schoft!’
Hij deed het, – maar hij zweeg van Duitse binnenbranden.

Trap op trap af door zalen, vlammend of gedoofd.
Kop op kop af: wij spreken niet van hoofd
Bij wie én vriend én vijand als een botterik verwensen…

De schizofrenen en de simpelen van geest – 
Bij oude Christenen, Hussieten, Albigenzen –  
Zijn voor het ideaal altijd de beste mest geweest.

[*] 
Van der Lubbe stond met vier communisten terecht, onder wie de Bulgaar Georgi Dimitrov. Maar die wist zich met verve te verdedigen en werd, net als de andere drie, vrijgesproken. Alleen Van der Lubbe is schuldig bevonden en veroordeeld tot de doodstraf. Hij is, pas 24 jaar oud, onthoofd met een mes.

Archief 2021