Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 20212020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 14 - 98. Ronelda S. Kamfer: Contra 30

donderdag 08 april 2021

mijn neefje speelt Contra 30
op de televisie in het voorhuis
mijn vader rent de gang door
mijn moeder sloft erachteraan
ik sta in de keuken
mijn moeder loopt voorbij
gevolgd door de geur van knoflook

ze komt terug en schuift de kralen
voor de opening naar de keuken
aan de kant

ik heb met hem gepraat
ze laat de verfrommelde brief zien
die ik vanochtend vroeg in haar handtas heb gestopt
ik kijk niet op

ze zegt ik heb hem de wind van voren gegeven
ze probeert zacht of gevoelig te zijn
ze zegt hij zal niet meer aan je zitten
ik heb hem gewoon op de man af gevraagd
wil jij je eigen kind neuken

ik zucht en zeg oké
mijn vader komt de keuken binnen
zoals een kind dat suiker heeft gejat
hij zegt sorry alles wat je nu zegt
is de waarheid als jij het zo zegt
ik loop langs hem heen zonder om te kijken
ik ga in het voorhuis zitten en kijk naar mijn neefje
dat Contra 30 speelt

hij komt elke keer maar tot de helft van
het eerste level voordat hij zijn dertig levens kwijt is
dan moet hij weer van voren af aan beginnen

2021


Er is een nieuwe bundel van de Zuid-Afrikaanse dichter Ronelda S. Kamfer (Kaapstad, 1981) – lees ook hier en hier en hier en hier en hier.






 Janita Monna interviewde haar voor Trouw (7 april). Een paar citaten:

Een jaar of wat geleden verbleef dichter Ronelda S. Kamfer als writer in residence in Amsterdam. Ze herinnert zich hoe verbaasd ze was, toen ze zag dat vrouwen er ’s avonds alleen over straat liepen. “Ik dacht: wat doen die vrouwen? Dat kan toch niet zomaar!” Op je hoede zijn, de Zuid-Afrikaanse Kamfer weet niet beter. Ze bracht haar jeugd door bij haar grootouders, in een landelijk gelegen dorpje buiten Kaapstad. Ze was een jaar of twaalf toen ze bij haar ouders ging wonen, in de Cape Flats, de ruige buitenwijken van Kaapstad, […] een buurt die zo gevaarlijk was, dat zelfs de pizzabezorger er niet wilde komen.

De Westkaap heeft Kamfer inmiddels verruild voor het rustige Grahamstown. En al haalt elke inbraak daar nog steeds de lokale krant, het gevaar is onder haar huid gekropen. Ze is zich er altijd van bewust. “Vrouwen zijn kwetsbaar. Zeker in Zuid-Afrika. Verkrachting is aan de orde van de dag. Als ik de deur uitga, zorg ik altijd dat mijn locatie aanstaat. Tegen mijn man zeg ik waar ik naartoe ga en hoelang ik weg ben. Als ik niet op tijd thuis ben, belt hij me. En omgekeerd doe ik dat ook. We letten op elkaar. Die abnormale situatie is voor ons normaal geworden.” […]

Chinatown is opnieuw een bundel als een vuistslag, met dit keer een belangrijke rol voor de vader. Kamfer noemt hem een horrible man. […] “Ik wilde ik niet alleen over mijn eigen vader schrijven, maar ook over de maatschappij die zijn gedrag in stand hield. Mijn vader was heel gewelddadig. Als je als kind in een huis woont met iemand die jou misbruikt, is dat extreem moeilijk. En als diezelfde persoon ook zorgt voor jouw eten, het dak boven je hoofd, dan creëert dat ook nog eens een enorme gespletenheid in jou als slachtoffer. Veel vrouwen, veel slachtoffers van seksueel geweld worstelen daarmee.
Ik ontwikkelde een enorme zelfhaat, werd zelfdestructief, dronk, gebruikte drugs, verweet mezelf dat mijn vader deed wat hij deed en zei wat hij zei. De psychologische impact daarvan kun je alleen onderzoeken als je die omgeving verlaat. In mijn werk probeer ik de focus te leggen op de onnatuurlijkheid van dat gedrag.”
Kamfer belandde destijds vanwege haar zelfdestructieve gedrag in een afkickkliniek. “Mijn ouders kwamen elke zondag op bezoek. Om iets te doen, gingen we dan naar Chinatown, een kleine shopping mall, naast de kliniek. Ik haatte die uitjes. Daar zaten we, een disfunctioneel gezin dat in een fake place deed alsof er niks aan de hand was. Zo was Chinatown, een plek waar je kunt doen alsof dingen normaal zijn die dat niet zijn.” […]

In Chinatown probeert Kamfer niet alleen haar vader, de Zuid-Afrikaanse man, te doorgronden. Ze kijkt ook naar de rol van de vrouw, naar de moeders. […] “Moeders en echtgenotes ‘helpen’ de door mannen gedomineerde cultuur in stand te houden, doordat ze hun eigen ‘stille lijden’ vaak doorgeven aan hun kinderen. Ze zorgen ervoor dat hun dochters niet over misbruik en geweld praten. Mijn moeder deed dat. Ze was een stille vrouw, we praatten nergens over. Ze nam het niet voor me op als een tante iets zei over mijn haar, als de buurvrouw iets zei over mijn gedrag. Ze beschermde me niet. Ze wist niet beter, zo was het haar geleerd: je ondergaat wat je meemaakt en zwijgt erover.”







In een van haar gedichten het gedicht van vandaag dus, FV - schrijft Kamfer hoe ze eens een brief over haar vaders gedrag in de tas van haar moeder frommelde. Ze hoopte daarmee de situatie te veranderen. Het leek effect te hebben: 

ze zegt ik heb hem de wind van voren gegeven
ze probeert zacht of gevoelig te zijn
ze zegt hij zal niet meer aan je zitten
ik heb hem gewoon op de man af gevraagd
wil jij je eigen kind neuken’

Werd met die brief het stilzwijgen doorbroken?
“Even voelde ik me opgelucht, maar al snel realiseerde ik me dat de manier waarop mijn moeder het aanpakte, betekende dat er niets zou veranderen. Niemand zou mij uit deze situatie halen. Steeds werd er gedaan of ík hysterisch was, dat maakte me murw. Dus zoals zoveel kinderen doen in misbruiksituaties: ik internaliseerde alles.”

In de bundel staat het originele gedicht steeds op de linkerpagina; de vertaling rechts. Hieronder het origineel van het gedicht van vandaag. De vertaling ervan is van Alfred Schaffer, die ook haar drie vorige bundels vertaalde. Over dat hij dit jaar de P.C. Hooftprijs won: Daar schep ik natuurlijk graag over op!

Contra 30

my nefie sit en speel Contra 30
op sy TV game in die voorhuis
my pa hardloop in die gang af
my ma sleep haar voete stadig agterna
ek staan in die kombuis
my ma loop verby
die reuk van garlic volg haar

sy kom terug en skuif die krale
wat in die kombuis-entrance hang
uit die pad uit

ek het met hom gepraat
sy wys my die opgefrommelde brief
wat ek vroegoggend in haar sak gesit het
ek kyk nie op nie

sy sê ek het baie hard met hom gepraat
sy try om sag of sensitief te wees
sy sê hy sal nie weer aan jou vat nie
ek het hom sommer reguit gevra
wil jy jou eie kind opklim

ek sug en sê okay
my pa kom in die kombuis
soos ’n kind wat suiker gesteel het
hy sê sorry alles wat jy mos nou sê
is die waarheid as jy so sê
ek stap verby hom sonder om om te kyk
ek gaan sit in die voorhuis en kyk my nefie
wat Contra 30 speel

hy kom elke keer net halfway deur
die eerste stage voor hy sy dertig lewens verloor
dan moet hy weer van voor af begin

Archief 2021