Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 13 - 89. Vrouwkje Tuinman: Ruime marge

dinsdag 30 maart 2021

Het kan dus nog: jezelf vrijwel onzichtbaar maken. Je zo bewegen
dat je de camera’s ontwijkt, de lampen je niet vangen,
je er pas bent tijdens de klap – en dan meteen weer weg.

Voor die tijd kamde je de restanten van je haar, schoor je kaken,
alles om niet op te vallen. Je leegde de zakken van je broek,
je hoodie, derdehands en onherleidbaar. Net zoals je dna.

Er is iemand die in jou een Mark herkent, maar nee,
dat ben jij niet want Mark neemt op. Maar het had gekund.
Je kunt werkelijk iedereen zijn. Veertig jaar of zestig en

je lengte – men neemt een ruime marge. Was dit het doel?
Zo gemiddeld mogelijk vertrekken zodat niemand
specifiek je kan gedenken? Breek ik in met dit gedicht

of ben je juist opgelucht dat ik mijn muziek opdring,
je een gezicht krijgt dat ons afleidt van het jouwe,
schone kleren en een bordje zonder naam.

2021


Weer zo’n indrukwekkende Eenzame Uitvaart-reportage van schrijver Joris van Casteren in de Volkskrant vandaag. Dit keer over een tot nu toe onbekende man die vrijdag 5 februari ‘s avonds bij Duivendrecht (lijn 53 naar Gaasperplas) voor de metro stapte. Van Casteren is coördinator bij het begeleiden van eenzame uitvaarten in Amsterdam, waarvoor ook steeds een dichter van de Poule des Doods een gedicht schrijft en bij de uitvaart voorleest. Dit keer was dat – voor het eerst sinds lange tijd – Vrouwkje Tuinman. 

Een paar citaten:

Duizenden liters spuitverf en latex zijn hier in de loop der jaren tegen de muren gegaan. De onbekende was geen onoplettende graffiti-artiest, verongelukt aan de voet van een onvoltooide schildering. Dat scenario is onderzocht en verworpen. Geen camera registreerde hem, vermoedelijk is hij ergens over een hek geklommen.
De onbekende heeft zich moed ingedronken, de hulpdiensten roken het meteen, bij de schouw in het forensisch laboratorium is het bevestigd. Blank, 1 meter 80, noteerde de patholoog. Tussen de veertig en zestig jaar oud. Ietwat kalend, geen littekens of tatoeages. Twee schroeven in het kuitbeen van een oude operatie. […]
Hij zag er verzorgd uit, vertelt de rechercheur. Geen corona-kapsel, gladde kaken: waarschijnlijk heeft hij zich ’s ochtends nog geschoren. In een lokaal opsporingsprogramma zijn foto’s van de kleding vertoond, niet één tip kwam er binnen, ongekend. De politie heeft met omwonenden gesproken, niemand sloeg aan op het signalement. Daklozenorganisaties en buurtcentra zijn benaderd, evenmin met resultaat.

Die middag, 4 maart, sturen ze een foto met zijaanzicht van het gelaat naar het opsporingsprogramma. […] Het zijaanzicht bezorgt me de schrik van mijn leven, de onbekende lijkt sprekend op Mark, een Amerikaanse vriend, woonachtig in Amsterdam, die ik al een tijd niet heb gesproken. Mark zondert zich af, hij wil beeldend kunstenaar zijn maar verdient zijn geld vooral met klussen. Hij is melancholisch, drinkt soms best wel wat. […] Ik bel hem meteen. Hij neemt op, een pak van mijn hart. […]

Dinsdag 9 maart, begraafplaats Sint Barbara, Amsterdam-West. Ik ben gekomen met twee weduwen: Vrouwkje Tuinman en Femke van der Laan. Tuinman heeft op mijn verzoek het gedicht voor de onbekende man geschreven. Om inspiratie op te doen heeft ze vorige week lijn 53 genomen. Het valt haar zwaar, voor het eerst sinds het overlijden van F. Starik (1958-2018), mijn voorganger, is ze in de aula. Stariks graf, hij verpoost op Sint Barbara onder Belgisch hardsteen, bezoekt ze regelmatig.
Op het graf groeit een rozemarijnstruik waar ze takjes van afknipt om thuis gerechten mee te kruiden. Stekjes van de struik schenkt ze aan vrienden en bekenden, er moeten zoveel mogelijk Starik-plantjes groeien. Op haar volkstuin, vertelt ze, heeft ze zelf ook ‘een kind van die struik’ staan.
Van der Laan is de nieuwe voorzitter van stichting De Eenzame Uitvaart, ze wil graag eens zien hoe het gaat, zo’n eenzame uitvaart. Bij het overlijden van echtgenoot Eberhard van der Laan (1955-2017), was heel Nederland betrokken, nogal een contrast met de onbekende metroman. […]

Onderweg naar het graf gebeurt er iets vreemds. Een spichtige mevrouw met roodgeverfd haar maakt foto’s van onze bescheiden staatsie. Aan het graf, voor het zakken van de kist, gebeurt het opnieuw: de roodharige is ons gevolgd, ze gluurt door de heg en richt opnieuw haar telefoon, watervlug. Het ritueel is verstoord, na afloop zoeken we de vrouw, ze is nergens te vinden. We speculeren erop los. Iemand die de onbekende kende? Geen rechercheur in ieder geval, ook niet de metrobestuurder. Ik houd het op een ramptoerist.

Archief 2021