Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 11 - 73. Marjoleine de Vos: Hoe verschillig

zondag 14 maart 2021

Zie toch de trams, hoe ze rijden,
ze weten niet dat jij niet meer bent.
Altijd hetzelfde: dat de wereld
je niet kent en voortdoet, maar
o hoe verschillig, om mij
te dragen is het, me mee te voeren
naar ergens verder in mijn bestaan.
Van wie verloren is vandaan.

2021


Er verschijnt zoveel poëzie op dit moment dat ik dagelijks probeer te blijven bijdragen, maar zonder heel veel toelichting. Soms met pijn in het hart, zoals in het geval van Hoe verschillig, de eerste gedichtenbundel sinds 2013 van Marjoleine de Vos. 







Hoe verschillig – het woord verschillig danken we natuurlijk aan die bijzonder rake Vara-slogan Wees verschillig – gaat over melancholie. Of nog preciezer: de melancholie van het heden. Op het achterplat lezen we het gedicht uit de bundel dat die titel draagt.

Het maakt niet uit haast waar je bent,
een plein of stad, het weidse land, 
elk uitzicht spreekt je van voorbij. 
Of nooit geweest, maar toch gemist. 
Niet jij maar iets in je, wat voelt of 
meetrilt met muziek, zoekt 
in de lucht, de sloten, geur van hooi 
het landschap dat je kent in jou, 
dat óók zo blauw en zomers was. 
Het komt betoverend tevoorschijn: 
gelach van ouders, zingen op de fiets, 
de sprong het juichend water in. Niets 
sprak tot je zoals nu en zei – 
oh onterecht – dat alles wat je leeft 
slechts echo is, een naklank. Bijna echt.



Luxe editie



Ik heb het voorrecht te beschikken over een van de vijftig luxe exemplaren en daarop ontbreken de foto en het gedicht van het achterplat van de handelsuitgave. Gelukkig maar, want zo kon ik zonder een sleutelgedicht voorhanden en dus zonder vooringenomenheid gaan lezen. Al snel bekroop me de gedachte dat veel van de gedichten weliswaar melancholie ademen, maar dan specifiek de geest van Tom van Deel, de gepassioneerde dichter-criticus die augustus 2019, 74 jaar oud, overleed. De Vos en Van Deel waren van 1993 tot 2009 met elkaar getrouwd en nog steeds, zoals dat gewenst is tussen ex-geliefden, zeer met elkaar verbonden. Het kan dan ook niet anders of het gedicht van vandaag, haar titelgedicht, gaat over hem – nou ja, over de invloed van zijn sterven op haar leven. Daarom is ook het motto van Hans Tentije (afkomstig uit Nergens anders) zo raak.

dat het verleden nooit voorbij is
maar zich ergens anders bevindt – 

in de leemten, de wijkplaatsen van herinneren en vergeten 


Hoe verschillig en Melancholie van het heden maken deel uit van de vierde en laatste afdeling van de bundel. Maar het mooiste gedicht staat in de derde reeks, getiteld Gedichten zeiden dat alles voorbij moest gaan.

Zo gaat dat dus

De koffie en de krentenbol, zet neer
het sterven is nu hier, o kijk, ik leef
en kijk, de koffie wordt al lauw
drink toch en eet je moet toch
grauwer ja wie is dat die daar ligt
zijn handen zijn zijn handen hij – 
‘Die ademhaling kennen wij’ zei
nachtarts die een blik, zijn blik is klinisch
zegt geen ik zegt wij, ‘Wij zien
een stervende’ zegt hij, ‘u hoort…’
Wij horen ook die zaag, hij is ineens
een scherpe neus, zijn oog is weggedraaid 
– wees stil zegt hij iets wat hij wil?
De bloeddruk daalt hij gaat nu
down down down, een SOS hij gaat
en buiten daagt het licht, iets blauws,
de stad leeft op, ontwaakt zo ver
uit hier dit hoge raam kijk ik vandaan
naar waar hij toch van hield
zijn laatste uitzicht, ziet hij het?
We zitten rond zijn bed en staren naar
zijn mond hij zaagt hij sterft dit is dan 
– wat hij zei is waar, hij zei 
– nee laat nu maar, let op, hij gaat zo weg
van ons die leven leven leven god
laat ons niet los hij ademt uit
hij ademt heel heel lang

heel lang niet meer nu al.
Hij zei ‘Ik ga dood, zo gaat dat dus’.   

Archief 2021