Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 10 - 70. Lucebert: Twee bewegingen

donderdag 11 maart 2021

     voor f.d.

je hoofd beschreven door mijn huid
slaapt als langzaam ooft uit
ik stroop in kamers woord voor woord
en hoor je naam die nooit is gehoord

ik zaai door hulstunnels nieuw lucht
en als van zwart gras zich afstoot licht
’t overschieten je gezicht, ik hoor dat je zegt
dat wat ik dacht denkend niet heb gezegd

twee verzen in één nacht is tevergeefs
maar zeven maal zeventig verzen eveneens 
te vertalen dat wat analphabetisch leeft

as, kruis, straat, weg, louteringsvleugels
alles stapt dwars door riet wijdbeens
dat het denken breekt en wordt niet beteugeld

                                  *

het denken breekt en wordt niet beteugeld
niet door aandacht, noch door achterdocht
achterover valt het in ’t geheugen
en wordt stilaan week door ’t krachtig vocht

dat uit de dood loopt in leven met teugen
die hoopt nog. houdt ijdele bijl gezocht
de spiegel te breken. ook dat valt tegen
de schedel is leger dan de beweging van een gevecht

toch giet ik door de mond van je neus
een lied van wierook dat dient tot
heugenis. ik voorzie de ziekte en genees?

ja het slaan herhaaldelijk in het glas heus
versplintert eens het hol gezicht van het lot
en laat zien zijn naam, noem het niet, noem het god.

2021


Vervolg van gisteren.

Bert Schierbeek trouwt in 1944, 26 jaar oud, met de dan zwangere Frieda Koch, 21 jaar oud. Door een erfenis van Schierbeeks oma kunnen ze gaan wonen in een groot bovenhuis aan het Vondelpark. Daar krijgen ze een dochter (Saskia, 1944) en een zoon (Michiel. 1948). Bert heeft er zijn atelier en Frieda krijgt haar eigen pottenbakkerij op zolder.
Lucebert, die in 1948 bevriend is geraakt met Bert en Frieda, komt eind 1949, ook pas 21 jaar oud, bij hen in huis wonen, nadat hij zijn zwangere vriendin Sylvia Sluyter heeft verlaten. 

Maar… Lucebert en Frieda krijgen er vrijwel direct een relatie. Het is een ongemakkelijke tijd. Niet voor niets heet Luceberts debuutbundel Triangle in de jungle. Triangel verwijst naar de driehoeksverhouding; de jungle is het huis vol spanningen in de Van Eeghenlaan, waar Schierbeek en Koch met hun twee kinderen wonen, maar ook met vaste logés Remco Campert en Lucebert dus, dan inmiddels zelf net vader van een pasgeboren zoon.



Luceberts debuut

 

Schierbeek is teleurgesteld in de ontrouw, maar meer in die van zijn vrouw dan van zijn vriend, wiens mentor hij is en die hij helpt te debuteren. Hij vertrekt zelf. Maar… begin 1952 start Frieda een verhouding met wéér een ander, die trekt bij haar in en hij (niet zij) sommeert Lucebert, met wie zij twee jaar eerder die onstuimige verhouding begon, haar huis per direct te verlaten. Bert Schierbeek heeft inmiddels de scheiding aangevraagd.

Daarmee verliest Lucebert zijn muze uit het hart. Tot die tijd draagt hij veel gedichten, zoals het bovenstaande, op aan f.d., zoals hij haar noemt: Frieda Diotima; Diotima is de muze van de jonge Hyperion in Hölderlins gelijknamige briefroman. De liefde tussen Frieda en Lucebert is korte tijd groot en intens. Frieda in een van haar brieven: Ik hoop en geloof dat je mij begrijpt met je gevoel, zoals ik jou begrijp, omdat je mij zo verwant bent. In de liefde ben je zoals ik mij de geliefde voorgesteld heb toen ik nog maar een klein meisje was. Daarom word ik nooit een mevrouw omdat ik deze dromen nooit vergeten heb. En Lucebert: Wat is liefde niet voor een geheimzinnige kracht. Dat weet jij wel het best van ons tweeën, vind ik. Ik heb nooit betere regels over die liefde gelezen dan die door jou geschreven zijn. de liefde van de witte magie. ik geloof dat de man bij zeer uitzonderlijke vrouwen deze liefde heeft te leren.

Graa Boomsma werkt aan de biografie van Bert Schierbeek (1918-1996), die eind juni – precies 25 jaar na de dood van de schrijver – verschijnt. Zoon Michiel Schierbeek liet Boomsma mei 2020 een pak brieven zien. Hij vond ze in een doos bij het opruimen van zijn atelier. Geschreven tussen 1942 en 1964. Ruim zestig daarvan vormen de correspondentie tussen Bert en Frieda, maar… acht brieven richt Frieda aan Lucebert.
Later vind Michiel ook nog een map met gedichten van Lucebert, toespraken, tekeningen en een drukproef van Triangel in de jungle. Lucebert laat de map in 1952, bij zijn overhaaste vertrek, in het huis van Bert Schierbeek achter. De map bevat eerdere versies van bekende gedichten van Lucebert, maar ook tientallen getypte onbekende gedichten uit de periode 1949-1952.

Boomsma vertelt de oudste dochter van Lucebert over de bijzondere vondsten van de gedichten en tekeningen. Die stelt voor om ook eens te kijken in de schriften die Sylvia Sluyter aan de familie heeft gegeven; ze liggen in een kluis. Daarin blijken ook vele gedichten uit dezelfde periode te staan.


Tekening uit vaarwel - achtergelaten gedichten



Uitgeverij De Bezige Bij vraagt Boomsma de bundel met de gedichten en de tekeningen te bezorgen en er een nawoord bij te schrijven. Hij kiest voor de titel
 vaarwel – achtergelaten gedichten. Immers, de gedichten zijn letterlijk áchtergelaten, niet nagelaten. Michiel Schierbeek, die beeldend kunstenaar is, doet zelf de vormgeving.

Bijzondere uitgave.

Archief 2021